Les over 2 Het verloop van de oorlog

Les over 2 Het verloop van de oorlog

Gemaakt door Ainstein
2 Het verloop van de oorlog
Deze video bestaat uit
  • De Eerste Wereldoorlog 1914 - 1918De Eerste Wereldoorlog 1914 - 1918
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:48
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe verliep de Eerste Wereldoorlog van 1914 tot 1918?

Leerdoelen

Je kunt de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog noemen en beschrijven hoe een oorlog op twee fronten ontstond.

Je kunt uitleggen waarom het Duitse Von Schlieffenplan mislukte.

Je kunt drie oorzaken noemen van het hoge aantal slachtoffers tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Je kunt de kenmerken en de verschrikkingen van de loopgravenoorlog aan het westfront beschrijven.

Je kunt met politieke, economische en culturele voorbeelden uitleggen wat een totale oorlog inhoudt.

Je kunt uitleggen hoe overheden propaganda, censuur en vijandbeelden inzetten om de bevolking te beïnvloeden.

Belangrijke jaartallen

1914: De moord op kroonprins Frans Ferdinand in Sarajevo en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

1914-1918: De periode waarin de Eerste Wereldoorlog zich afspeelde.

1915: Het jaar waarin de strijd aan het westfront verhardde en er massale verwoestingen plaatsvonden, zoals in de Belgische stad Ieper.

De aanleiding van de Eerste Wereldoorlog

Aan het begin van de twintigste eeuw waren de spanningen tussen de Europese landen hoog opgelopen. Vooral op de Balkan was de situatie onrustig. Verschillende landen hadden zich onafhankelijk gemaakt van het Turkse Rijk, maar de regio Bosnië was ingelijfd door Oostenrijk-Hongarije. Dit leidde tot grote onvrede bij het aangrenzende Servië. De directe aanleiding voor de oorlog vond plaats in 1914, toen de troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije, Frans Ferdinand, samen met zijn vrouw werd doodgeschoten tijdens een staatsbezoek aan de Bosnische stad Sarajevo. De dader was Gavrilo Princip, een Servische nationalist die vond dat Bosnië bij Servië hoorde. Oostenrijk-Hongarije hield de Servische regering verantwoordelijk voor de aanslag en verklaarde Servië de oorlog.

Kroonprins Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie in Sarajevo vlak voor de dodelijke aanslag in 1914.
Kroonprins Frans Ferdinand en zijn vrouw Sophie in Sarajevo vlak voor de dodelijke aanslag in 1914.

Door een netwerk van bondgenootschappen sleepte dit lokale conflict al snel de andere Europese grootmachten mee in een wereldoorlog. Aan de ene kant stonden de centralen, bestaande uit Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk. Aan de andere kant stonden de geallieerden, gevormd door Servië, Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Het Von Schlieffenplan en de twee fronten

Duitsland wilde voorkomen dat het tegelijkertijd tegen Frankrijk in het westen en Rusland in het oosten moest vechten. Daarom zetten de Duitsers het Von Schlieffenplan in werking. Dit plan hield in dat het Duitse leger via België snel Frankrijk zou binnenvallen om het Franse leger binnen enkele weken te verslaan, waarna alle troepen naar het oosten konden worden gestuurd om tegen Rusland te vechten. Het plan mislukte echter door twee belangrijke oorzaken:

De Duitse opmars in het westen liep vast in België en Noord-Frankrijk. Het lukte niet om Frankrijk snel te verslaan, waardoor er een honderden kilometers lang front ontstond dat vier jaar lang nauwelijks verschoof.

Rusland mobiliseerde zijn legers veel sneller dan de Duitse legerleiding had verwacht en viel Duitsland al snel in het oosten aan. Hierdoor moest Duitsland alsnog een oorlog op twee fronten voeren.

Hoewel miljoenen soldaten en burgers in de eerste weken van de oorlog nog vol enthousiasme en nationalisme naar het front trokken in de verwachting snel te winnen, veranderde de strijd al snel in een langdurige uitputtingsslag.

De loopgravenoorlog en de miljoenen slachtoffers

Aan het westfront groeven de soldaten zich in om bescherming te zoeken tegen de constante vijandelijke beschietingen. Zo ontstonden er loopgraven: diepe greppels versterkt met prikkeldraad, bunkers en ondergrondse tunnels. Dit leidde tot een slepende loopgravenoorlog.

Soldaten die zich in de loopgraven beschermen tegen dodelijk gifgas met behulp van vroege gasmaskers.
Soldaten die zich in de loopgraven beschermen tegen dodelijk gifgas met behulp van vroege gasmaskers.

Aanvallen in deze loopgravenoorlog waren buitengewoon dodelijk. Soldaten moesten met de bajonet op hun geweer de loopgraaf verlaten en het open veld oversteken om de vijand aan te vallen. De verdedigers waren echter zwaar in het voordeel, omdat zij vanuit hun beschutte posities met mitrailleurs en krachtige kanonnen konden vuren. Om de patstelling te doorbreken, introduceerden generaals nieuwe, vernietigende wapens zoals gifgas, tanks en vliegtuigen. Deze middelen zorgden voor een ongekend hoog aantal slachtoffers, maar brachten het front nauwelijks in beweging. Aan het oostfront werd een bewegingsoorlog gevoerd tussen de centralen en Rusland. Hoewel er hier geen loopgraven ontstonden, vielen er wel miljoenen doden. Het Russische leger was weliswaar enorm groot, maar de soldaten waren slecht bewapend, waardoor Duitsland bloedige veldslagen won. De Eerste Wereldoorlog eiste in totaal minstens vijftien miljoen levens. Dit enorme aantal slachtoffers had drie hoofdoorzaken:

De massale inzet van miljoenen soldaten aan zowel het westfront als het oostfront.

De introductie van moderne, industriële wapens zoals mitrailleurs, zware kanonnen en chemische strijdmiddelen zoals gifgas.

De wereldwijde schaal van het conflict, waarbij ook werd gevochten in het Midden-Oosten en Afrika, en waarbij koloniale soldaten uit Afrika en Azië naar de Europese fronten werden gehaald.

De totale oorlog en de oorlogseconomie

De Eerste Wereldoorlog was de eerste totale oorlog in de geschiedenis. Dit betekent dat niet alleen de soldaten aan het front vochten, maar dat de gehele samenleving en economie werden ingezet om de oorlog te winnen. Om de legers continu te voorzien van wapens, munitie en uniformen, richtten de overheden een oorlogseconomie in. Fabrieken moesten volledig overschakelen op de productie of de toelevering van oorlogsmateriaal. Omdat miljoenen jonge mannen als soldaat aan het front vochten, ontstond er een groot tekort aan arbeidskrachten. Dit tekort werd opgelost doordat vrouwen massaal het werk van mannen overnamen, bijvoorbeeld in de zware wapen- en munitiefabrieken.

Beïnvloeding van de bevolking: propaganda en censuur

Om de steun van de burgerbevolking voor de oorlog te behouden, probeerden regeringen de publieke opinie streng te controleren en te sturen. Hiervoor gebruikten zij twee belangrijke middelen:

Propaganda: Het systematisch verspreiden van politieke reclame via posters, kranten en bijeenkomsten om de bevolking te overtuigen van het eigen gelijk. Hiermee werd bewust een negatief vijandbeeld gecreëerd, waarin de tegenstander werd afgeschilderd als laf, onbetrouwbaar of barbaars. Dit motiveerde burgers om de strijd te steunen en trok nieuwe vrijwilligers aan voor het leger.

Censuur: De overheid controleerde alle binnenkomende en uitgaande berichten in de media. Journalisten mochten geen negatieve berichten schrijven over de situatie aan het front of over de verliezen van het eigen leger. Hierdoor kregen burgers een zeer eenzijdig en onbetrouwbaar beeld van de werkelijkheid.