Les over 1 Oorzaken van de oorlog

Les over 1 Oorzaken van de oorlog

Gemaakt door Ainstein
1 Oorzaken van de oorlog
Deze video bestaat uit
  • De Eerste Wereldoorlog 1914 - 1918De Eerste Wereldoorlog 1914 - 1918
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:22
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

De vijf belangrijkste oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

Leerdoelen

Je kunt uitleggen hoe nationalisme en modern imperialisme zorgden voor oplopende spanningen in Europa.

Je kunt beschrijven hoe de industrialisatie, militarisme en de wapenwedloop de kans op oorlog vergrootten.

Je kunt uitleggen welke rol bondgenootschappen en het Von Schlieffenplan speelden bij het ontstaan van een tweefrontenoorlog.

Belangrijke jaartallen

1871: De kleine Duitse staatjes worden samengevoegd tot één Duitsland, dat een keizerrijk wordt.

1878: Servië maakt zich los van het Turkse Rijk en wordt onafhankelijk. Bosnië wordt veroverd door Oostenrijk-Hongarije.

1900: Rond dit jaar lopen de spanningen in Europa sterk op, hoewel bijna niemand nog een grote oorlog verwacht.

1914: Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Nieuwe grenzen in Europa

Rond 1900 leek het goed te gaan in Europa door economische groei en nieuwe uitvindingen. Toch waren er onderhuids grote spanningen tussen de Europese landen.

Nationalisme en de eenwording van Duitsland

Een belangrijke oorzaak van deze spanningen was het sterke nationalisme. Dit houdt in dat mensen trots zijn op hun eigen land, volk en cultuur. Volken die nog geen eigen land hadden, probeerden een nieuwe staat te vormen. Dit leidde in 1871 tot de eenwording van Duitsland. De losse Duitse staatjes werden samengevoegd tot één groot Duitsland. Dit nieuwe land werd een keizerrijk waarin de keizer veel macht had. Duitsland werd in één klap het sterkste land van Europa met een groot leger en een snelgroeiende industrie, wat door andere grootmachten als een bedreiging werd gezien.

Modern imperialisme

Duitsland wilde net als andere Europese landen koloniën bezitten. Dit paste bij het modern imperialisme: het idee van Europese landen in de negentiende eeuw dat zij gebieden in Azië en Afrika moesten veroveren om een groot wereldrijk op te bouwen. De strijd om deze koloniën zorgde voor extra wantrouwen tussen de Europese grootmachten.

Het uiteenvallen van het Turkse Rijk

Terwijl Duitsland juist sterker werd, viel het grote Turkse Rijk door nationalisme steeds verder uiteen. Dit was vooral merkbaar op de Balkan, een gebied in Zuidoost-Europa waar verschillende volken (zoals Grieken, Roemenen, Bulgaren en Serviërs) woonden die allemaal een eigen onafhankelijke staat wilden. Servië maakte zich in 1878 los van het Turkse Rijk. In datzelfde jaar verloor het Turkse Rijk ook Bosnië, dat vervolgens werd veroverd door Oostenrijk-Hongarije. Omdat er in Bosnië veel Serviërs woonden die zich wilden aansluiten bij het onafhankelijke Servië, liepen de spanningen op de Balkan hoog op.

Nieuwe wapens en militarisme

Door de industrialisatie in de negentiende eeuw kwamen er steeds meer fabrieken in Europa. Hierdoor konden landen veel sneller en in grotere hoeveelheden wapens en munitie produceren.

De vernietigingskracht van nieuwe technologie

Legers werden groter en wapens werden dankzij nieuwe technieken sterk verbeterd. Er kwamen kanonnen die kilometers ver konden schieten, vliegtuigen, onderzeeërs, tanks en mitrailleurs die meer dan 600 schoten per minuut konden lossen. Ook werden er gevaarlijke gifgassen ontwikkeld. Rond 1900 besefte bijna niemand hoe enorm de vernietigingskracht van deze nieuwe wapens werkelijk was.

Soldaten in een loopgraaf met vroege gasmaskers ter bescherming tegen gifgassen
Soldaten in een loopgraaf met vroege gasmaskers ter bescherming tegen gifgassen

Militarisme en de wapenwedloop

Landen waren trots op hun grote legers en hielden indrukwekkende militaire parades. Dit paste bij het militarisme: een stroming waarbij mensen oorlog zagen als iets moois en als een goede manier om ruzies tussen landen op te lossen. Men probeerde oorlog dan ook niet te voorkomen. Dit leidde tot een wapenwedloop, een wedstrijd waarbij landen probeerden om de meeste en krachtigste wapens te bezitten. Deze strijd speelde zich vooral af tussen Duitsland en Groot-Brittannië. Omdat de Duitse keizer een sterke oorlogsvloot liet bouwen om koloniën te veroveren, voelde Groot-Brittannië zich bedreigd en ging het zelf nog meer en betere oorlogsschepen bouwen. Ook Frankrijk en Rusland breidden hun legers snel uit.

Nieuwe bondgenoten

Door de oplopende spanningen zochten de Europese landen steun bij elkaar. Europa raakte hierdoor verdeeld in twee vijandige kampen die bondgenootschappen sloten. Een bondgenootschap is een afspraak tussen landen om elkaar militair te helpen als er een oorlog uitbreekt.

De twee kampen

De twee grote bondgenootschappen waren:

De centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en het Turkse Rijk.

De geallieerden: Rusland, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Hoewel een bondgenootschap een veilig gevoel gaf, bracht het ook grote risico's met zich mee. Landen waren verplicht elkaar te helpen, waardoor een klein conflict tussen twee landen direct kon escaleren tot een grote Europese oorlog.

Het Von Schlieffenplan

Duitsland lag ingeklemd tussen twee vijanden: Frankrijk in het westen en Rusland in het oosten. Bij een oorlog dreigde er voor Duitsland dus een tweefrontenoorlog, waarbij het op twee plekken tegelijk moest vechten. Om dit te voorkomen, bedacht de Duitse generaal Von Schlieffen het Von Schlieffenplan. Dit plan ging ervan uit dat Duitsland alleen kon winnen door als eerste aan te vallen. Duitsland moest eerst snel Frankrijk verslaan om vervolgens alle troepen in te zetten tegen Rusland. Men dacht dat het Russische leger weliswaar groot was, maar veel tijd nodig zou hebben om te mobiliseren (het leger klaarmaken voor de oorlog) vanwege de slechte organisatie.