Les over 4 Nederland als parlementaire democratie
Herziening van de grondwet
Een nieuwe grondwet

Hoe werkt de parlementaire democratie in Nederland?
Leerdoelen
•Je kunt beschrijven hoe na verkiezingen in Nederland een regering wordt gevormd.
•Je kunt uitleggen welke rechten en taken de Eerste Kamer en de Tweede Kamer hebben.
•Je kunt drie manieren noemen waarop de Nederlandse burger wordt beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid.
Belangrijke jaartallen
•1815: Nederland wordt een constitutionele monarchie.
•1919: Nederland wordt een parlementaire democratie door de invoering van het algemeen kiesrecht.
•1983: De sociale grondrechten worden toegevoegd aan de Nederlandse grondwet.
Het vormen van een bestuur
Nederland is een democratie. Dit betekent dat alle burgers invloed hebben op de politiek. Alle volwassen Nederlanders hebben het recht om te stemmen bij verkiezingen.
Invloed van burgers
Burgers kunnen op verschillende manieren invloed uitoefenen op de politieke besluiten:
•Directe verkiezingen: Burgers stemmen rechtstreeks voor volksvertegenwoordigingen zoals de gemeenteraad (voor de gemeente), de Provinciale Staten (voor de provincie) en de Tweede Kamer (voor het hele land).
•Indirecte verkiezingen: De leden van de Eerste Kamer worden indirect gekozen door de leden van de Provinciale Staten.
•Referendum: Burgers kunnen stemmen over één specifieke wet of maatregel. De uitkomst van een referendum is een advies dat politici niet verplicht zijn op te volgen.
De Tweede Kamer en coalitievorming
De Tweede Kamer heeft 150 zetels (zitplaatsen). Om de vier jaar bepalen de verkiezingen hoeveel zetels elke politieke partij krijgt. Omdat besluiten alleen met een meerderheid van stemmen kunnen worden genomen, moeten partijen samenwerken. Een aantal partijen vormt samen een coalitie. Deze partijen hebben samen een meerderheid en spreken af wat ze willen veranderen in Nederland. De overige partijen die niet in de regering zitten, vormen de oppositie.
De regering
De coalitiepartijen wijzen ministers aan die de plannen gaan uitvoeren. De ministers vormen het dagelijks bestuur van het land en lossen actuele problemen op. De ministers en de koning vormen samen de regering.
Van voorstel tot wet
Om dingen in Nederland te veranderen, moet het parlement wetten wijzigen of nieuwe wetten aannemen. Een wetsvoorstel kan worden ingediend door een minister of door een lid van de Tweede Kamer. Het proces verloopt als volgt:
1.Het wetsvoorstel wordt eerst besproken in de Tweede Kamer. De leden overleggen hierover en kunnen het voorstel aanpassen. Daarna stemmen de leden over de wet.
2.Als een meerderheid vóór stemt, gaat het voorstel naar de Eerste Kamer.
3.De Eerste Kamer controleert het wetsvoorstel. De leden kunnen het voorstel goed- of afkeuren, maar zij mogen het niet wijzigen.
4.Als ook de Eerste Kamer de wet goedkeurt, ondertekenen de minister en de koning de wet. Daarna is het een officiële wet die bekendgemaakt wordt aan alle burgers.
Rechten en taken van het parlement
De Eerste en Tweede Kamer hebben verschillende rechten om hun tasks uit te voeren. Deze rechten geven hen macht en bevoegdheden.
Gedeelde rechten van de Eerste en Tweede Kamer
•Recht van budget: Het recht om de begroting (de inkomsten en uitgaven van de staat) te controleren en als wet goed of af te keuren.
•Recht van interpellatie: Het recht om ministers te ondervragen over hun werk.
•Recht van enquête: Het recht om een groot onderzoek in te stellen naar een bepaalde zaak, waarbij betrokkenen onder ede kunnen worden verhoord.
Specifieke rechten van de Tweede Kamer
•Recht van initiatief: Het recht om zelf wetsvoorstellen in te dienen.
•Recht van amendement: Het recht om wetsvoorstellen van anderen te wijzigen.

De twee hoofdtaken van het parlement
Het parlement gebruikt zijn rechten om twee hoofdtaken uit te voeren:
•Besluiten over wetsvoorstellen: Dit zijn wetgevende bevoegdheden, waarbij de Tweede Kamer gebruikmaakt van het recht van initiatief en het recht van amendement.
•Controleren van de regering: Dit zijn controlerende bevoegdheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van het recht van interpellatie en het recht van enquête.
Het recht van budget is uniek, omdat het zowel een controlerende als een wetgevende bevoegdheid is.
Bescherming tegen machtsmisbruik
In een democratie is het belangrijk dat één groep nooit alle macht in handen krijgt. In Nederland wordt machtsmisbruik door de overheid op drie manieren voorkomen:
1. Grondrechten
Belangrijke rechten van burgers zijn vastgelegd in de grondwet. We maken onderscheid tussen twee soorten grondrechten:
•Klassieke grondrechten: Deze rechten beschermen burgers tegen de macht van de overheid. Voorbeelden zijn de vrijheid van godsdienst, vrijheid van onderwijs, vrijheid van meningsuiting en gelijke behandeling (Artikel 1 van de grondwet). Ook vallen hieronder de vrijheid van drukpers (mening verspreiden via media zonder toestemming vooraf) en de vrijheid van vereniging en vergadering (het recht om een politieke partij of vereniging op te richten).
•Sociale grondrechten: Deze rechten zorgen voor de bescherming van burgers door de overheid. Voorbeelden zijn het recht op bestaanszekerheid (hulp van de overheid bij onvoldoende inkomen buiten eigen schuld) en het recht op rechtsbijstand (de overheid betaalt een advocaat als je dit zelf niet kunt betalen). Ook het recht op een gezonde leefomgeving, woonruimte, onderwijs, werk en medische verzorging horen hierbij.
2. De rechtsstaat
Nederland is een rechtsstaat. Dit is een staat waarin burgers beschermd zijn tegen onrechtmatig optreden van de overheid en van andere burgers. Hier gelden de volgende regels:
•Iedereen is gelijk voor de wet: burgers en bestuurders hebben dezelfde rechten en krijgen bij een overtreding dezelfde straf.
•Rechters zijn onafhankelijk: de overheid kan rechters niet zomaar ontslaan.
3. Scheiding van machten
De wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht zijn strikt van elkaar gescheiden om machtsmisbruik te voorkomen:
•Wetgevende macht: Maakt de wetten en regels. Deze macht ligt bij de Eerste Kamer, de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraad.
•Uitvoerende macht: Voert de wetten uit en regeert het land. Deze macht ligt bij de ministers.
•Rechterlijke macht: Beoordeelt en bestraft mensen die de wet overtreden. Deze macht ligt bij de onafhankelijke rechters.