Les over §4 Komt er ooit nog vrede?
Oorlog, terrorisme en vredesinitiatieven

Vrede tussen Israël en Palestijnen: waarom mislukt het?
Leerdoelen
•Je kunt het verloop en de betekenis van de Akkoorden van Oslo en de Palestijnse Autoriteit uitleggen.
•Je kunt het verschil tussen de eerste en de tweede intifada beschrijven.
•Je kunt de vier oorzaken noemen en toelichten waarom het vredesproces is mislukt.
•Je kunt de rol van de nederzettingenpolitiek, orthodoxe joden, de politieke islam en Hamas in het conflict analyseren.
Belangrijke jaartallen
•1987: de eerste intifada breekt uit als Palestijnse volksopstand tegen de Israëlische bezetting.
•1993: Israël en de PLO ondertekenen de Akkoorden van Oslo.
•1994: de Palestijnse Autoriteit wordt opgericht als bestuur over delen van de bezette gebieden.
•2000-2005: de tweede intifada laait op met hevige zelfmoordaanslagen.
•2005: Israël trekt zijn leger en kolonisten terug uit de Gazastrook.
Een eerste stap naar een Palestijnse staat
Het Akkoord van Camp David bracht wel vrede tussen Egypte en Israël, maar bood geen oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Palestijnse vluchtelingen konden nog steeds niet terugkeren en Israël bleef grote delen van Palestina bezetten. Bovendien voerde de Israëlische regering een nederzettingenpolitiek: het toestaan en aanmoedigen van Joodse inwoners om nieuwe dorpen te stichten in de bezette gebieden. Hierdoor werd het voor Israël steeds moeilijker om deze gebieden ooit weer te verlaten.

In 1987 keerden de Palestijnen zich massaal tegen deze situatie en brak de eerste intifada uit. Een intifada is een Palestijnse volksopstand. Zes jaar lang bleef het onrustig in de bezette gebieden: jongeren gooiden stenen en brandbommen naar het Israëlische leger, er werden stakingen georganiseerd en Palestijnen weigerden nog langer Israëlische belastingen te betalen. Om een einde te maken aan de onrust onderhandelden Israël en de PLO in het geheim in Noorwegen. Dit leidde in 1993 tot de Akkoorden van Oslo. In dit vredesakkoord erkende de PLO de staat Israël en beloofde zij te stoppen met terreurdaden. In ruil daarvoor erkende Israël de PLO als de officiële vertegenwoordiger van het Palestijnse volk en beloofde het zijn leger terug te trekken uit de Gazastrook en van de Westelijke Jordaanoever. Hoewel een onafhankelijke staat nog niet werd gesticht, ontstond in 1994 wel de Palestijnse Autoriteit: een Palestijnse regering die het bestuur kreeg over delen van de door Israël bezette gebieden.
De mislukking van de Akkoorden van Oslo
Ondanks het akkoord bleven cruciale problemen onopgelost. Er kwam geen overeenstemming over het recht op terugkeer van Palestijnse vluchtelingen en over het toekomstige bestuur van Jeruzalem. De vredespogingen liepen uiteindelijk volledig vast omdat gemaakte afspraken niet werden nageleefd. Zo trok het Israëlische leger zich niet terug van de Westelijke Jordaanoever en ging de stichting van nieuwe nederzettingen door. Omgekeerd bleven Palestijnse groepen geweld gebruiken tegen Israël. Toen nieuwe vredesbesprekingen in 2000 mislukten, brak de tweede intifada (2000-2005) uit. Tijdens deze periode laaide het geweld fel op en pleegden Palestijnen zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers, zoals in volle bussen en openbare gelegenheden. Als reactie hierop bouwde Israël een fysieke afscheidingsmuur en prikkeldraadversperring. Deze muur deed het aantal aanslagen sterk dalen, maar loopt op veel plekken dwars door bezet gebied heen. Israël verliet in 2005 weliswaar volledig de Gazastrook, maar door de aanhoudende spanningen kwamen serieuze vredesbesprekingen daarna nauwelijks meer van de grond.
Vier oorzaken van het mislukte vredesproces
Er zijn vier belangrijkste oorzaken aan te wijzen waarom er na de Akkoorden van Oslo zo weinig vooruitgang is geboekt:
1.Wederzijds wantrouwen: de partijen hebben elkaar nooit vertrouwd. Veel Israëliërs vreesden dat de PLO Israël alsnog wilde vernietigen, terwijl veel Palestijnen bang waren dat Israël de bezette gebieden nooit zou opgeven en vonden dat de PLO Israël niet had mogen erkennen.
2.Toenemende rol van godsdienst: in Israël groeide de invloed van orthodoxe joden, een groep die zich strikt aan de joodse godsdienstregels houdt en vindt dat het Joodse volk religieus recht heeft op de bezette gebieden. Aan Palestijnse zijde nam de invloed toe van de politieke islam, een stroming die wil dat het land wordt bestuurd volgens islamitische wetten uit de Koran en streeft naar de vernietiging van Israël.
3.Verdeeldheid van het bestuur: de Palestijnse Autoriteit raakte intern verdeeld. Op de Westelijke Jordaanoever bleef het bestuur in handen van de PLO, maar in de Gazastrook kwam na verkiezingen Hamas aan de macht, een bevrijdingsbeweging die aanhanger is van de politieke islam. Hierdoor viel het Palestijnse gebied bestuurlijk in tweeën.
4.Onrust in het Midden-Oosten: burgeroorlogen in omliggende Arabische landen, de dreiging van radicaal-islamitische bewegingen en de vrees dat het vijandige Iran een atoombom ontwikkelt, maken een veilige regionale situatie heel moeilijk.