Les over §6 Het Indonesisch-Nederlands conflict 1945-1948

Les over §6 Het Indonesisch-Nederlands conflict 1945-1948

Gemaakt door Ainstein
§6 Het Indonesisch-Nederlands conflict 1945-1948
Deze video bestaat uit
  • Indonesië vecht zich vrijIndonesië vecht zich vrij
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 06:57
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Het Indonesisch-Nederlands conflict 1945-1948 samengevat

Leerdoelen

Je kunt benoemen wat de Indonesiërs wilden na de bevrijding van de Japanners.

Je kunt uitleggen hoe de Nederlanders het conflict met Indonesië probeerden op te lossen.

Je kunt beschrijven hoe het conflict tussen Nederland en Indonesië uiteindelijk werd beëindigd.

Je kunt de rol van de politionele acties en de internationale druk in het onafhankelijkheidsproces verklaren.

Belangrijke jaartallen

augustus 1945: na de overgave van Japan roept Soekarno de Republiek Indonesië uit.

1946: Nederland en de Indonesische nationalisten beginnen met onderhandelen.

20-21 juli 1947: Nederland start de eerste politionele actie om economisch belangrijke gebieden in handen te krijgen.

december 1948: Nederland begint de tweede politionele actie om de Republiek Indonesië uit te schakelen.

27 december 1949: de soevereiniteitsoverdracht vindt plaats en Indonesië wordt officieel een onafhankelijk land.

1951: ongeveer 12.500 Molukse militairen en hun gezinnen komen naar Nederland.

Indonesië en Nederland zijn het oneens

In augustus 1945 werd Japan verslagen in de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de drie jaar van Japanse bezetting hadden veel Nederlanders in kampen gezeten en was de Nederlandse macht in de kolonie sterk afgenomen. Direct na de Japanse overgave riep Soekarno de Republiek Indonesië uit. Soekarno en de Indonesische nationalisten wilden dat Indonesië volledig onafhankelijk werd en dat Nederland niet zou terugkeren als koloniale heerser. Een groot deel van de Indonesische bevolking steunde de nationalisten. Overal werd de kreet 'Merdeka!' (vrijheid) geroepen en op trams en muren geschilderd. De Verenigde Staten en Engeland waren bang voor chaos en vroegen Japan om de orde te handhaven tot er versterking was, maar dat mislukte. Gewapende jongerengroepen, de pemoeda's, overvielen overheidsgebouwen, namen kazernes in en pleegden geweld tegen Nederlanders. Als reactie besloot de Nederlandse regering om weer soldaten naar Nederlands-Indië te sturen. De meeste Nederlanders vonden dat Indonesië bij Nederland hoorde. Overleg met Soekarno stuitte op veel weerstand, omdat hij in Nederlandse ogen een verrader was vanwege zijn samenwerking met de Japanners. Toch zag Nederland in dat onderhandelen noodzakelijk was. In 1946 begonnen de gesprekken met de nationalisten, maar na maanden van overleg mislukten de onderhandelingen.

Portret van Soekarno, de leider van de Republiek Indonesië
Portret van Soekarno, de leider van de Republiek Indonesië

Een oplossing met geweld?

Begin 1947 raakte de Nederlandse schatkist uitgeput. Het sturen en onderhouden van soldaten kostte ontzettend veel geld, terwijl de productie op de plantages en in de mijnen stilstond. Omdat de onderhandelingen waren mislukt, besloot de Nederlandse regering geweld te gebruiken om de kolonie te behouden. In de nacht van 20 op 21 juli 1947 begon de eerste politionele actie. Dit was een grootschalige militaire actie met twee doelen: het aanpakken van de Indonesische vrijheidsstrijders en, als belangrijkste reden, het opnieuw in handen krijgen van economisch belangrijke gebieden op Java en Sumatra. Militair gezien was de actie een succes, maar de vrijheidsstrijders werden niet definitief verslagen. Internationaal kwam er veel protest. De Verenigde Naties (VN) en de Verenigde Staten keurden het Nederlandse geweld af. De Veiligheidsraad van de VN eiste dat Nederland direct stopte met vechten, al mocht Nederland de heroverde gebieden wel behouden. In december 1948 voerde Nederland een tweede politionele actie uit met als doel de Republiek Indonesië volledig uit te schakelen. Ook deze actie was militair een succes: Soekarno en andere Indonesische leiders werden gearresteerd. De internationale reacties op dit optreden waren echter vernietigend.

Nederlandse militairen en gevangengenomen Indonesische republikeinen tijdens de tweede politionele actie in december 1948
Nederlandse militairen en gevangengenomen Indonesische republikeinen tijdens de tweede politionele actie in december 1948

Indonesië wordt onafhankelijk

De Veiligheidsraad van de VN eiste dat Nederland onmiddellijk stopte met de tweede politionele actie, de Indonesische leiders vrijliet en ging onderhandelen over onafhankelijkheid. De Verenigde Staten dreigden bovendien met het stopzetten van de Marshallhulp. Deze financiële steun had Nederland dringend nodig voor de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. De Verenigde Staten steunden de Republiek Indonesië omdat die kort daarvoor een communistische opstand had neergeslagen, wat paste in het Amerikaanse beleid om de verspreiding van het communisme in Azië tegen te gaan. Nederland besefte dat een militaire oplossing onmogelijk was en dat het verzet onder de bevolking alleen maar toenam. Er werden nieuwe onderhandelingen geopend in Den Haag over de overdracht van de soevereiniteit: dit is de onafhankelijkheid van een staat ten opzichte van andere staten. Op 27 december 1949 werd de soevereiniteitsoverdracht officieel ondertekend en werd Indonesië een onafhankelijk land.

Koningin Juliana ondertekent de akte van soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949
Koningin Juliana ondertekent de akte van soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949

De kwestie-Molukken

Niet iedereen binnen de archipel wilde deel uitmaken van het nieuwe Indonesië. Veel Molukkers hadden als soldaat gediend in het KNIL (Koninklijk Nederlands-Indisch Leger), het Nederlandse leger in Nederlands-Indië. Veel Indonesiërs zagen de Molukkers daarom als verraders. Uit angst voor wraakacties van de nationalisten riepen de Molukkers hun eigen staat uit: de Republiek der Zuid-Molukken (RMS). Het Indonesische leger bezette daarop de Molukken. Omdat de Nederlandse regering bang was voor wraakacties tegen de Molukse soldaten, haalde zij in 1951 ongeveer 12.500 Molukse KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland. Wat bedoeld was als een tijdelijk verblijf, werd uiteindelijk permanent omdat ze niet meer konden terugkeren.