Les over §4 Op weg naar onafhankelijkheid

Les over §4 Op weg naar onafhankelijkheid

Gemaakt door Ainstein
§4 Op weg naar onafhankelijkheid
Deze video bestaat uit
  • Indonesië vecht zich vrijIndonesië vecht zich vrij
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 02:27
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Weg naar onafhankelijkheid: hoe werd Indonesië vrij?

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat de ethische politiek inhield en welke maatregelen de Nederlandse regering nam.

Je kunt verklaren hoe de ethische politiek onbedoeld bijdroeg aan de opkomst van het nationalisme in Nederlands-Indië.

Je kunt de oprichting en het doel van de Volksraad en de Partai Nasional Indonesia (PNI) beschrijven.

Je kunt de gevolgen van de Japanse bezetting voor zowel de Nederlandse als de Indonesische bevolking uitleggen.

Je kunt beschrijven hoe en onder welke omstandigheden de Republiek Indonesië op 17 augustus 1945 werd uitgeroepen.

Belangrijke jaartallen

1901: Start van de ethische politiek door de Nederlandse regering.

1905: Japan verslaat de Russische vloot, wat het zelfvertrouwen van Aziatische nationalistische bewegingen vergroot.

1918: Oprichting van de Volksraad om de bevolking beperkte inspraak te geven.

1927: Oprichting van de Partai Nasional Indonesia (PNI) door Soekarno en Hatta.

Januari 1942: Japan valt Nederlands-Indië binnen.

8 maart 1942: Officiële overgave van Nederlands-Indië aan Japan en begin van de bezetting.

15 augustus 1945: Capitulatie van Japan, wat het einde van de Tweede Wereldoorlog betekent.

17 augustus 1945: Soekarno en Hatta roepen de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit.

De Ethische Politiek en de ereschuld

Aan het begin van de twintigste eeuw kwam er steeds meer kritiek op het Nederlandse koloniale bestuur in Nederlands-Indië. De advocaat Van Deventer sprak van een ereschuld. Hij toonde aan dat Nederland honderden miljoenen guldens aan winst uit de kolonie had verkregen en vond dat dit geld moest worden teruggegeven aan de lokale bevolking. Als reactie hierop begon de Nederlandse regering in 1901 met de ethische politiek. Dit beleid ging ervan uit dat Nederland niet alleen mocht profiteren van de kolonie, maar ook de plicht had om te zorgen voor het welzijn van de bevolking. De overheid investeerde in vier belangrijke gebieden:

Gezondheidszorg: Er werden grootschalige inentingsprogramma's opgezet tegen dodelijke ziektes, wat een groot succes bleek.

Landbouw: De overheid stimuleerde de voedselproductie en moedigde boeren aan om naast rijst ook andere gewassen, zoals maïs en bonen, te verbouwen.

Infrastructuur: Er werden kanalen, dammen, wegen, bruggen en kilometers aan spoorwegen aangelegd.

Onderwijs: In lokale desascholen (dorpsscholen) leerden kinderen lezen en schrijven in hun eigen taal. Kinderen van de Indonesische elite konden naar westerse scholen gaan, waar ze hetzelfde onderwijs kregen als kinderen in Nederland.

De opkomst van het nationalisme

De ethische politiek had een belangrijk onbedoeld gevolg. Door het westerse onderwijs kwamen Indonesiërs in aanraking met ideeën over vrijheid, gelijkheid en democratie. Dit leidde tot de opkomst van het nationalisme: een sterke trots op het eigen land en volk, gecombineerd met de wens naar zelfbestuur. Hoogopgeleide Indonesiërs, zoals de jonge ingenieur Achmed Soekarno, merkten dat zij ondanks hun goede opleiding geen hoge functies in het bestuur kregen. Deze banen bleven gereserveerd voor Nederlanders. Dit zorgde voor diepe ontevredenheid. Om aan de roep om inspraak tegemoet te komen, richtte Nederland in 1918 de Volksraad op. Dit was een adviesraad waarin Indonesiërs mochten meepraten, maar zij hadden geen echte beslissingsmacht. De teleurgestelde nationalisten eisten meer zelfstandigheid, maar de Nederlandse regering wees dit af en stelde dat de kolonie hier nog honderden jaren niet klaar voor zou zijn. Hierop richtten Soekarno en Mohammed Hatta in 1927 de Partai Nasional Indonesia (PNI) op. Deze partij eiste onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid voor Indonesië en weigerde elke samenwerking met Nederland. Vanwege zijn meeslepende toespraken werd Soekarno door het Nederlandse bestuur als een groot gevaar gezien en gevangengezet, wat hem onder de bevolking tot een nog grotere held maakte.

Portret van de nationalistische leider Achmed Soekarno
Portret van de nationalistische leider Achmed Soekarno

De Japanse bezetting (1942-1945)

In januari 1942 viel Japan Nederlands-Indië binnen. Na de Nederlandse capitulatie op 8 maart 1942 begon de Japanse bezetting. Onder het motto 'Azië voor de Aziaten' wilden de Japanners alle Nederlandse invloeden uitwissen. Zij besloten alle Nederlanders te interneren (opsluiten in kampen), verboden de Nederlandse taal en veranderden de naam van de hoofdstad Batavia in Jakarta. De omstandigheden in de interneringskampen waren verschrikkelijk; gevangenen werden vernederd, mishandeld en leden honger. Nederlandse krijgsgevangenen moesten als dwangarbeider zwaar werk verrichten aan de Birma-spoorweg, waarbij ruim 3.200 Nederlandse militairen omkwamen. Daarnaast werden veel Nederlandse vrouwen gedwongen tot prostitutie voor Japanse militairen; zij werden troostmeisjes genoemd. De Japanners lieten Soekarno vrij uit de gevangenis. Hij besloot met hen samen te werken in de hoop zo de Indonesische onafhankelijkheid te bereiken. Hoewel de Indonesische bevolking de Japanners aanvankelijk enthousiast verwelkomde, sloeg dit snel om door de Japanse wreedheid, de plundering van grondstoffen en de daaropvolgende hongersnood. Pas toen duidelijk werd dat Japan de oorlog zou verliezen, beloofde de Japanse premier onafhankelijkheid aan Indonesië.

De onafhankelijkheidsverklaring

Na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 ontstond er een machtsvacuüm. Onder zware druk van de pemoeda's – jonge, door de Japanners militair getrainde Indonesische nationalisten – riepen Soekarno en Hatta op 17 augustus 1945 de onafhankelijkheid van de Republiek Indonesië uit. De pemoeda's wilden hiermee voorkomen dat het Nederlandse bestuur zou terugkeren en bereidden zich voor op een gewapende strijd. De Nederlandse regering weigerde de onafhankelijkheid te erkennen en was woedend over de samenwerking van de nationalisten met de Japanse bezetter.