Les over 3.2 Ontstaan van de Volksrepubliek China (1912-1949)
De Chinese Republiek (1912-1924)
De Chinese Republiek (1925-1949)

Hoe ontstond de Volksrepubliek China tussen 1912 en 1949?
Leerdoelen
•Je kunt de belangrijkste partijen noemen die tussen 1911 en 1927 in China om de macht streden en aangeven wat ze nastreefden.
•Je kunt in eigen woorden uitleggen wat er rond 1927, 1937, 1945 en 1949 veranderde in de verhouding tussen de nationalistische partij en de communistische partij.
•Je kunt de relatie tussen China en de Verenigde Staten en die tussen China en de Sovjet-Unie beschrijven en uitleggen hoe China bij de Koude Oorlog betrokken werd.
•Je kunt de drie principes van Sun Yat-sen (nationalisme, democratie en socialisme) toelichten.
•Je kunt de betekenis van de 4 Meibeweging voor de modernisering van China verklaren.
•Je kunt de impact van de Japanse bezetting op de binnenlandse politieke verhoudingen in China beschrijven.
Belangrijke jaartallen
•1911: uitbreken van de revolutie die een einde maakt aan het keizerrijk China.
•1912: uitroepen van de Republiek China met Sun Yat-sen als president.
•1917: de Russische Revolutie brengt communisten aan de macht in Rusland.
•1919: protesten van de 4 Meibeweging tegen het Verdrag van Versailles en de westerse invloed.
•1924: overlijden van Sun Yat-sen, waarna generaal Chiang Kai-shek de leiding overneemt.
•1927: Chiang Kai-shek richt een bloedbad aan onder communisten in Shanghai.
•1931: Japan bezet Mantsjoerije en stelt een marionettenstaat in.
•1937: Japan valt overige delen van China binnen, wat leidt tot hernieuwde samenwerking tussen nationalisten en communisten.
•1945: capitulatie van Japan en de toewijzing van een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad aan China.
•1949: Mao Zedong roept de Volksrepubliek China uit; Chiang Kai-shek en de nationalisten vluchten naar Taiwan.
De Republiek China
In 1911 brak er een revolutie uit die een einde maakte aan het eeuwenoude Chinese keizerrijk. Veel Chinezen hoopten dat het land nu definitief zou moderniseren naar westers model. Een belangrijk figuur daarin was Sun Yat-sen. Zijn ideologie rustte op drie principes:
•nationalisme: het vereningen van alle verschillende volken in China om daadkrachtig weerstand te kunnen bieden aan buitenlandse imperialistische mogendheden.
•democratie: het leggen van de politieke macht bij het volk door middel van vrije verkiezingen en een grondwet.
•socialisme: het bestrijden van de ergste sociale misstanden in het land.
Om deze idealen te verwezenlijken richtte Sun de nationalistische partij op. In 1912 werd de Republiek China uitgeroepen en werd Sun aangesteld als president. Hij schreef direct verkiezingen uit, die door zijn partij werden gewonnen. De machtsbeluste generaal Yuan Shikai weigerde de uitslag echter te accepteren en begon de nationalisten te vervolgen. Sun zag zich genoodzaakt afstand te doen van de macht. Yuan Shikai werd president en regeerde vrijwel alleen.

Yuan Shikai verloor veel steun toen hij akkoord ging met Japanse eisen over Chinese gebieden die tijdens de Eerste Wereldoorlog waren veroverd en toen hij zichzelf tot keizer wilde laten kronen. Na zijn overlijden viel het centrale gezag weg. Formeel werd China weer bestuurd door een centrale regering onder Sun Yat-sen, maar in de praktijk had deze nauwelijks macht. Het land viel uiteen en werd beheerst door rivaliserende lokale militaire machthebbers (krijgsheren).
De aantrekkingskracht van het communisme
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stuurde China meer dan honderduizend arbeiders naar het Europese front om de geallieerden te ondersteunen, in de hoop door Japan veroverd gebied terug te krijgen. Het Verdrag van Versailles (1919) wees deze gebieden echter toe aan Japan. Veel Chinezen voelden zich hierdoor diep verraden door het Westen. Op 4 mei 1919 kwamen duizenden studenten bijeen in Beijing om te protesteren tegen de westerse invloed en het zwakke bestuur. Deze 4 Meibeweging wilde China moderniseren op bestuurlijk, sociaal en cultureel gebied. Omdat zij het vertrouwen in het Westen kwijt waren, keken zij voor steun naar Rusland. Rusland was net als China eeuwenlang een keizerrijk met feodale verhoudingen geweest, maar na de Russische Revolutie van 1917 was er een communistische staat ontstaan. Volgens de communistische gedachte was iedereen gelijk en werd rijkdom eerlijk verdeeld. Bovendien verette Rusland zich tegen westers imperialisme en wilde het Aziatische onafhankelijkheidsbewegingen steunen. De 4 Meibeweging leidde in de vroege jaren 1920 tot de oprichting van de Chinese Communistische Partij (CCP). De Sovjet-Unie steunde zowel de CCP als de nationalistische partij van Sun Yat-sen. Tot de dood van Sun in 1924 werkten nationalisten en communisten samen tegen buitenlandse inmenging en binnenlandse verbrokkeling. Na Suns overlijden werd generaal Chiang Kai-shek de leider van de nationalistische partij. Hij had aanzienlijk minder op met het communisme.
Een alliantie van gezworen vijanden
Hoewel generaal Chiang de communisten niet vertrouwde, werkte hij aanvankelijk met hen samen om China te herenigen. Tijdens de Noordelijke Veldtocht veroverde het gecombineerde nationalistisch-communistische leger grote gebieden op de krijgsheren.

Na dit succes ontdeed Chiang zich van zijn bondgenoten: in 1927 richtte hij onder de communisten in Shanghai een bloedbad aan. De overlevende communisten doken onder en werden voortdurend opgejaagd door Chiangs troepen. In deze periode groeide Mao Zedong uit tot de leider van de communisten. Door steun te vergaren onder arme boeren op het platteland maakte hij van de CCP een massaorganisatie. Chiang herstelde het centrale gezag, bracht industrialisatie op gang, verbeterde de infrastructuur en maakte gedeeltelijk een einde aan ongelijke verdragen met het Westen. Toch bleef er veel onvrede door wijdverbreide corruptie, armoede onder boeren en vervolging van politieke tegenstanders. In 1931 bezette Japan de Noord-Chinese provincie Mantsjoerije en vestigde daar een autoritair regime. De laatste Chinese keizer, Puyi, werd aangesteld als keizer van deze marionettenstaat, maar de daadwerkelijke macht lag bij Japan. Chiang liet de Japanners aanvankelijk begaan om eerst de communisten uit te schakelen. Pas toen Japan in 1937 de rest van China binnenviel, werd Chiang gedwongen weer samen te werken met de communisten. Deze samenwerking verliep moeizaam: tijdens de Tweede Wereldoorlog bestreden nationalisten en communisten niet alleen de Japanners, maar ook elkaar.
De communisten grijpen de macht
Na de capitulatie van Japan in 1945 werd de burgeroorlog tussen de nationalisten en communisten hervat. De nationalistische regering van Chiang was onpopulair omdat zij geen oplossingen bood voor de economische en maatschappelijke problemen. De communisten beloofden daarentegen afschaffing van ongelijkheid en een eerlijke herverdeling van bezit, wat hen zeer geliefd maakte onder de boeren. Het leger van Chiang bleek niet opgewassen tegen de communisten. In 1949 riep Mao Zedong de communistische Volksrepubliek China uit. Chiang Kai-shek en zijn aanhangers vluchtten naar Taiwan, waar hij zijn bewind voortzette. De uitkomst van de burgeroorlog en de situatie daarna werden sterk beïnvloed door internationale ontwikkelingen na 1945:
•Verdwijnen van westerse macht: Europese landen waren door de Tweede Wereldoorlog verzwakt en hun rol in China was grotendeels uitgespeeld nadat Japan hen uit de steden had verdreven (met uitzondering van Hongkong en Macao).
•De Koude Oorlog: de Koude Oorlog verdeelde de wereld in twee ideologische blokken. Mao kreeg steun van de Sovjet-Unie, terwijl de nationalistische regering op Taiwan vanaf 1949 bescherming kreeg van de Verenigde Staten. Zo ontstond een status quo waarin beide partijen elkaar niet durfden aan te vallen.
•De VN-Veiligheidsraad: bij de oprichting van de Verenigde Naties in 1945 werd China aangewezen als een van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad. Deze zetel bleef ook na 1949 in handen van de nationalistische Republiek China op Taiwan, waardoor Taiwan het immense vasteland van China bleef vertegenwoordigen in de VN.