Les over 6.4 De vorming van staten
Begin van staatsvorming en centralisatie

Hoe ontstonden staten door centralisatie in Europa?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen wat staatsvorming en centralisatie zijn en hoe dit proces in Frankrijk verliep.
•Je kunt beschrijven hoe de Engelse koning een deel van zijn macht kwijtraakte door de Magna Carta en het parlement.
•Je kunt uitleggen hoe de Bourgondische vorsten de Nederlanden bestuurden en centraliseerden.
•Je kunt beschrijven waarom de Duitse gebieden zich niet tot een eenheidsstaat ontwikkelden door de investituurstrijd en het kiesstelsel.
Wat is staatsvorming en centralisatie?
In de late middeleeuwen, met name vanaf de twaalfde eeuw, begon de machtsstructuur in Europa te veranderen. Vorsten probeerden hun gebieden om te vormen tot een eenheid onder een centraal bestuur. Dit proces noemen we staatsvorming. Om dit te bereiken, voerden ze centralisatie in: het besturen van een land of gebied vanuit één centrale plaats met dezelfde wetten en regels voor iedereen. Dit was een grote verandering ten opzichte van het feodalisme (het leenstelsel), waarin de macht en het land sterk versnipperd waren onder onafhankelijke leenmannen. Vorsten konden de centralisatie financieren dankzij de opbloei van de handel en steden. Zij kregen nieuwe inkomstenbronnen, zoals:
•Het heffen van belasting op verhandelde producten en goederen.
•De opbrengsten van tolwegen, waarbij reizigers moesten betalen bij poorten, bruggen of rivieren.
•De verkoop van stadsrechten en privileges aan steden die hiermee zelfstandiger wilden worden.
Met dit geld waren vorsten niet langer afhankelijk van de militaire steun van hun leenmannen. In plaats daarvan namen ze professionele ambtenaren in dienst voor het bestuur en de rechtspraak, en huurden ze huursoldaten in voor hun leger.

Frankrijk wordt een staat
Frankrijk ontstond na de tijd van Karel de Grote uit het West-Frankische rijk. In het begin hadden de Franse koningen alleen echt iets te zeggen over hun eigen domeinen rondom Parijs. De rest van het land werd bestuurd door machtige, zelfstandige leenmannen. Vanaf de twaalfde eeuw brachten de Franse koningen echter steeds meer gebieden onder hun directe controle. Parijs ontwikkelde zich tot het bestuurlijke hart van het land, compleet met een koninklijk paleis en een centrale rechtbank. Om de drie standen van het koninkrijk te raadplegen over belastingen of advies, riep de koning vanaf 1302 de Staten-Generaal bijeen.

In deze centrale vergadering waren de drie standen van de samenleving vertegenwoordigd:
1.De geestelijkheid (de religieuze leiders).
2.De adel (de ridders en edelen).
3.De derde stand (de burgers en stadsbewoners, zoals handelaren en ambachtslieden).
De Franse staatsvorming werd echter zwaar op de proef gesteld tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337-1453). Toen de Franse koning in 1328 zonder opvolger stierf, eiste de Engelse koning de Franse troon op. In 1429 leek Engeland de oorlog te winnen, maar dankzij het optreden van het jonge boerenmeisje Jeanne d'Arc keerde het tij. Zij hoorde naar eigen zeggen de stemmen van God en heiligen die haar opdroegen Frankrijk te redden. Ze wist de kroonprins te overtuigen en bevrijdde de strategische stad Orléans. Hoewel Jeanne in 1431 door de Engelsen wegens ketterij levend werd verbrand op de brandstapel, verdreven de Fransen uiteindelijk de Engelsen. De Franse koning werd hierna de machtigste vorst van Europa. Jeanne d'Arc werd in 1920 heilig verklaard en is tot op de dag van vandaag een Franse nationale heldin.
Staatsvorming in Engeland
In Engeland begon de koning in de twaalfde eeuw ook met de centralisatie van het bestuur, bijvoorbeeld door een centrale belastingadministratie in Londen op te richten. De ontwikkeling liep hier echter anders dan in Frankrijk: de macht van de Engelse koning werd juist ingeperkt. De Engelse edelen kwamen in opstand tegen de hoge belastingen die de koning hief om zijn oorlogen te financieren. Zij veroverden Londen en dwongen de koning in 1215 de Magna Carta (de Grote Oorkonde) te ondertekenen. Dit document bepaalde dat de koning zich voortaan aan de wetten moest houden en voor extra belastingen toestemming moest vragen aan de edelen. In 1265 werd de koninklijke macht nog verder ingeperkt door de oprichting van het Engelse parlement, een vergadering van de drie standen die steeds meer invloed kreeg.
Bourgondië en de Nederlanden
In 1356 schonk de Franse koning het hertogdom Bourgondië aan zijn veertienjarige zoon Filips de Stoute, als beloning voor zijn dapperheid tijdens een veldslag in de Honderdjarige Oorlog. Door slimme huwelijken, erfenissen en oorlogen breidden de Bourgondische hertogen hun macht snel uit. Ook verschillende Nederlandse gewesten (provincies), zoals Brabant, Holland, Zeeland en Gelre kwamen in hun bezit. In de vijftiende eeuw begon hertog Filips de Goede met de centralisatie van het bestuur in deze gebieden. Hij nam de volgende maatregelen:
•Hij stelde een centrale rechtbank in.
•Hij liet belastingen centraal innen.
•Hij huurde professionele ambtenaren in voor bestuurlijke en rechterlijke taken.
•Hij riep in 1464 in Brugge de eerste Staten-Generaal van de Nederlanden bijeen.
Toen de kleindochter van Filips de Goede, Maria van Bourgondië, in het huwelijk trad met Maximiliaan I van Habsburg, zorgde dit voor een grote verandering. Na her plotselinge dood in 1482 kwamen de Nederlanden definitief onder het bestuur van de Habsburgse vorsten.
Het verdeelde Duitse rijk
In tegenstelling tot Frankrijk en Engeland slaagden de Duitse koningen er niet in om een centrale staat te vormen. Vanaf de tiende eeuw probeerden de Duitse koningen hun greep op de leenmannen te vergroten door bisschoppen aan te stellen als leenman. Omdat bisschoppen niet mochten trouwen en dus geen wettige kinderen kregen, kon het leengebied na hun dood niet worden geërfd en viel het terug aan de koning. Dit systeem stortte in door de investituurstrijd. In 1075 bepaalde de paus dat de investituur (de plechtige benoeming van bisschoppen) een taak van de kerk was en niet van de staat. Na een langdurig conflict won de paus deze strijd in 1122. De Duitse koning verloor hiermee zijn macht over de bisschoppen. Bovendien was het Duitse koningschap niet erfelijk. De koning werd gekozen door de belangrijkste leenmannen, de zeven keurvorsten (vier hoge edelen en drie bisschoppen). Als de gekozen koning zich door de paus liet kronen, mocht hij zich keizer noemen. Vanaf de dertiende eeuw kozen de keurvorsten bewust telkens een koning uit een andere familie om te voorkomen dat één dynastie te machtig werd. Hierdoor bleef de koning zwak en bleef het Duitse rijk een lappendeken van zelfstandige hertogdommen, graafschappen, bisdommen en vrije steden zonder centraal bestuur.
Belangrijke jaartallen
Jaartal | Gebeurtenis |
|---|---|
1075 | Begin van de investituurstrijd tussen de paus en de Duitse koning. |
1122 | Einde van de investituurstrijd; de paus wint en de Duitse koning verliest zijn macht over de bisschoppen. |
1215 | De Engelse koning wordt gedwongen de Magna Carta te ondertekenen. |
1265 | Oprichting van het Engelse parlement, wat de macht van de koning verder inperkt. |
1302 | De Franse koning roept voor het eerst de Staten-Generaal bijeen. |
1337-1453 | De Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. |
1356 | Filips de Stoute krijgt het hertogdom Bourgondië van zijn vader. |
1429 | Jeanne d'Arc bevrijdt de stad Orléans van de Engelsen. |
1431 | Jeanne d'Arc sterft op de brandstapel in Rouen. |
1464 | Filips de Goede roept de eerste Staten-Generaal van de Nederlanden bijeen in Brugge. |
1482 | Maria van Bourgondië overlijdt; de Nederlanden komen onder Habsburgs bestuur. |
1920 | Jeanne d'Arc wordt door de paus heilig verklaard. |