Les over 4.2 De Romeinse samenleving
De Romeinen

Hoe zat de Romeinse samenleving sociaal in elkaar?
Leerdoelen
•Je kunt de werking van de Romeinse economie en de rol van handel daarin uitleggen.
•Je kunt de sociale verschillen tussen de elite en het proletariaat in de Romeinse steden beschrijven.
•Je kunt de sociale structuur en de leefomstandigheden op het Romeinse platteland toelichten.
•Je kunt uitleggen hoe de Romeinse elite de armen tevreden hield met brood en spelen.
•Je kunt de kenmerken en verschillende vormen van slavernij in het Romeinse Rijk beschrijven.
Belangrijke jaartallen
•73 v.C.: Ontsnapping en opstand van de slaaf Spartacus.
•27 v.C.: Begin van het Romeinse Keizerrijk onder keizer Augustus.
•70-80 n.C.: Bouw van het Colosseum in Rome.
•79 n.C.: Uitbarsting van de vulkaan Vesuvius die de stad Pompeï bedolf.
•1e en 2e eeuw n.C.: Bloeiperiode van handel, landbouw en nijverheid door de Pax Romana.
De economie van het Romeinse Rijk
Het Romeinse Rijk was een landbouwstedelijke samenleving. Dit betekent dat er weliswaar meer dan duizend steden waren, maar dat het merendeel van de vijftig miljoen inwoners op het platteland woonde. Rome was met een miljoen inwoners veruit de grootste stad. Een andere bekende stad is Pompeï, die in het jaar 79 n.C. werd bedolven onder as door de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius en daardoor goed bewaard is gebleven. Romeinse steden waren omringd door stadsmuren en hadden rechte straten met in het midden een centraal plein: het forum. Rondom dit plein lagen tempels, bestuursgebouwen en markten voor vis, vlees en groenten. In de rest van de stad vond men winkels, werkplaatsen, bakkerijen en eethuizen.

In de eerste twee eeuwen n.C. bloeiden de handel, landbouw en nijverheid enorm. Dit was te danken aan de pax Romana, de periode van rust en orde die begon onder de eerste keizer, Octavianus Augustus. De handel werd vergemakkelijkt door de aanleg van duizenden kilometers verharde wegen en het gebruik van betrouwbare Romeinse rijksmunten, zoals de sestertius, de zilveren denarius en de gouden aureus. Via een netwerk van verschillende handelsroutes over land en zee, bekend als de zijderoute, werden luxe goederen zoals zijde, peper, parfum en ivoor uit verre Aziatische landen zoals Perzië, India en China geïmporteerd. Ook basisbehoeften werden overzee getransporteerd: graan kwam met grote schepen uit Sicilië, Noord-Afrika en Egypte, terwijl olijfolie uit Spanje werd aangevoerd.
Sociale verschillen in de steden
De sociale verschillen in de Romeinse steden waren gigantisch. De bevolking was opgedeeld in verschillende sociale groepen:
•De elite: Deze groep bestond uit de patriciërs. Dit waren rijke families die al generaties lang aanzien genoten, grote landbouwbedrijven bezaten en deelnamen aan het bestuur van het rijk. Zij leidden een luxeleven en woonden in grote huizen met een atrium, een centrale binnenruimte waaromheen de andere vertrekken lagen. De patriciërs keken neer op de 'nieuwe rijken' die hun fortuin in de handel hadden verdiend.
•De middenklasse: Dit waren vrije burgers met meer bezit dan de armen, zoals bakkers, slagers en kleermakers. Zij woonden vaak op de eerste verdieping boven hun winkel of werkplaats en bezaten soms een paar slaven.
•Het proletariaat: Dit was de enorme massa van arme stedelingen zonder bezit of vast beroep. Zij werkten als dagloners, bijvoorbeeld als sjouwer in de bouw of als bediende in eethuizen en kroegen. Complete gezinnen leefden in één kamer in hoge, gevaarlijke bakstenen huizen van vier of vijf verdiepingen. Er was geen stromend water of riolering; afval en urine werden gewoon op straat gegooid.
Leven op het platteland
Hoewel de steden belangrijk waren, vormden boeren de grootste bevolkingsgroep in het Romeinse Rijk. Hun bestaan was zwaar en onzeker. In slechte jaren leden zij honger; in goede jaren verkochten zij hun overschotten op de stadsmarkten. Kleine boeren woonden in eenvoudige hutten en bewerkten hun land van zonsopgang tot zonsondergang. Naast kleine boeren waren er grote landbouwbedrijven die graan, wijn en olijven produceerden voor de handel. Deze grote bedrijven maakten op grote schaal gebruik van slaven. Daarnaast werkten zij met pachtboeren: vrije boeren die een stuk grond huurden van een rijke landeigenaar en in ruil daarvoor een deel van hun oogst afstonden.
Zorg voor de armen: brood en spelen
Arme Romeinen hadden geen recht op financiële steun van de overheid. Om te voorkomen dat de ontevreden massa in opstand zou komen, organiseerden de keizer en de rijke patriciërs brood en spelen. Dit hield in dat er gratis graan werd uitgedeeld aan de armen en dat er gratis grootschalig vermaak werd georganiseerd. Hiervoor werden enorme renbanen en amfitheaters gebouwd, waarvan het Colosseum in Rome het bekendste en grootste was. Hier konden de Romeinen kijken naar spectaculaire shows, zoals gevechten met wilde dieren en nagespeelde zeeslagen. Het populairst waren de gladiatoren. Dit waren zwaardvechters, meestal slaven, die in de arena op leven en dood tegen elkaar vochten om het publiek te vermaken.
Slavernij in het Romeinse Rijk
Slavernij was een geaccepteerd onderdeel van de Romeinse samenleving. Mensen werden tot slaaf gemaakt als zij krijgsgevangene waren, als straf voor een misdaad, of omdat zij als kind van een slaaf werden geboren. Slaven hadden geen rechten en werden gezien als het bezit van hun meester. De leefomstandigheden van slaven verschilden sterk per sector:
•Landbouw en mijnen: Slaven op grote landbouwbedrijven en in de mijnen leidden een kort en ellendig leven. Zij worden behandeld als vee en lagen 's nachts vaak aan de ketting in hokken.
•Huishouden: Een huisslaaf deed huishoudelijk werk zoals koken, inkopen doen of kleding maken. Zij werden over het algemeen beter behandeld, hoewel mishandeling door de meester nog steeds normaal was.
•Hoogopgeleide taken: Griekse slaven waren vaak hoogopgeleid en werkten als leraar, boekhouder, arts of adviseur. Zij leidden soms een comfortabeler leven dan vrije armen.
Sommige slaven konden genoeg geld sparen om zichzelf vrij te kopen, of werden na jaren van trouwe dienst vrijgelaten door hun meester. Zij stonden dan bekend als een libertus (vrijgelatene).
De opstand van Spartacus
Niet alle slaven legden zich neer bij hun lot. De bekendste opstand werd geleid door Spartacus:
1.In 73 v.C. ontsnapt de Thracische slaaf Spartacus met tientallen anderen uit een gladiatorenschool.
2.Samen met andere slaven, vrije armen en ontevreden soldaten vormt hij een groot rebellenleger dat plunderend door Italië trekt.
3.Het rebellenleger houdt twee jaar stand en weet verschillende Romeinse legers te verslaan.
4.Uiteindelijk wordt het leger van Spartacus definitief verslagen door de Romeinse legioenen.
5.Zesduizend overlevenden worden als afschrikwekkend voorbeeld gekruisigd langs de Via Appia, de weg van Rome naar het zuiden.