Les over 3 De Grieken
De Griekse stadstaat

De Grieken in de oudheid: stadstaten, cultuur en democratie
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen waardoor in het bergachtige Griekenland zelfstandige stadstaten kwamen te ontstaan.
•Je kunt verklaren waardoor de Griekse cultuur en kolonies zich over een groot gebied verspreid hebben.
•Je kunt de sociale verschillen en de samenleving van Athene en Sparta beschrijven en vergelijken.
•Je kunt de verschillende bestuursvormen van de Griekse stadstaten benoemen en uitleggen hoe de Atheense democratie werkte.
•Je kunt uitleggen hoe de Grieken hun democratie beschermden met het schervengericht.
•Je kunt de Griekse godsdienst beschrijven en uitleggen hoe de Grieken een culturele eenheid vormden.
•Je kunt verklaren hoe het wetenschappelijk denken en de filosofie ontstonden in de Griekse wereld.
•Je kunt de oorzaken en gevolgen van de Perzische en Peloponnesische oorlogen beschrijven.
•Je kunt de betekenis en kenmerken van de Olympische Spelen in de oudheid uitleggen.
•Je kunt de kenmerken van de Griekse tempels, zuilen, beeldhouwkunst en het toneel benoemen en uitleggen waarom deze klassiek worden genoemd.
Belangrijke jaartallen
•776 v.C.: De eerste Olympische Spelen worden gehouden in Olympia ter ere van Zeus.
•800 v.C.: Het ontstaan van de eerste Griekse stadstaten (poleis).
•550 v.C.: Koning Cyrus sticht het Perzische Rijk.
•507 v.C.: Invoering van de democratie in Athene door Kleisthenes.
•500 v.C.: De Griekse poleis in Klein-Azië komen in opstand tegen de Perzen.
•490 v.C.: De Atheners verslaan de Perzen in de legendarische Slag bij Marathon.
•480 v.C.: De Perzische koning Xerxes valt Griekenland aan; de Griekse vloot wint de zeeslag bij Salamis.
•472 v.C.: De Atheense legeraanvoerder Themistocles wordt verbannen via het schervengericht.
•431 v.C. - 404 v.C.: De Peloponnesische Oorlog tussen Athene en Sparta.
•338 v.C.: Macedonië verovert de Griekse stadstaten; einde van de Atheense democratie.
•325 v.C.: De ontdekkingsreiziger Pytheas reist vanuit Marseille naar het onbekende noorden van Europa.
De Griekse stadstaten
In de oudheid leefden de Grieken niet in één groot rijk, maar in tientallen kleine, zelfstandige staatjes. Een dergelijk staatje noemen we een stadstaat of polis (meervoud: poleis). Zo'n polis bestond uit een stad met de omliggende akkers en dorpjes. Dat er geen centraal bestuur ontstond, kwam door het Griekse landschap. De gemeenschappen leefden door hoge bergen en de zee van elkaar gescheiden, waardoor ze onafhankelijk van elkaar bleven en over zichzelf beslisten. Veel poleis groeiden rond een akropolis, een hoge, goed verdedigbare rots waarop een burcht en tempels voor de goden werden gebouwd. De belangrijkste en machtigste stadstaten waren Athene, Sparta en Korinthe.

Kolonisatie en handel
Omdat Griekenland een bergachtig landschap had, was veel grond ongeschikt voor landbouw. Vanaf de 8e eeuw v.C. groeide de bevolking zo snel dat er niet genoeg voedsel meer was voor iedereen. Om dit probleem op te lossen, gingen de Grieken koloniseren. Groepen Grieken trokken per schip weg en stichtten nieuwe kolonies langs de Middellandse Zee en de Zwarte Zee, zoals Massalia (Marseille), Neapolis (Napels) en Byzantion (Istanbul). Hierdoor verspreidde de Griekse cultuur zich over een enorm gebied. De kolonies handelden intensief met de moedersteden. Op de agora, het centrale plein van de polis, deden handelaren zaken en verkochten marktkooplui hun goederen. Rondom dit plein werkten ambachtslieden in de nijverheid, het handmatig maken van producten zoals aardewerk en wapens. Door de toenemende handel kwamen de Grieken in contact met andere volkeren. Ze namen het letterschrift over van de Feniciërs en ontwikkelden dit tot het Griekse alfabet. Ook leerden ze van de Lydiërs het muntgeld kennen. Betalen met zilveren munten (zoals de drachme) verving ruilhandel, waardoor een geldeconomie ontstond.
De samenleving van Athene
De bevolking van Athene was verdeeld in groepen met zeer verschillende rechten:
•Vrije volwassen mannen: Zij bezaten alle rechten. Ze mochten grond bezitten en actief meedoen aan het bestuur en de rechtspraak.
•Vrouwen: Zij hadden nauwelijks rechten, mochten geen bezit hebben en moesten zich laten vertegenwoordigen door een mannelijke beschermer. Rijke vrouwen bleven binnen en lieten het werk over aan slavinnen. Wel speelden ze een rol als priesteres tijdens religieuze festivals.
•Vreemdelingen: Mensen die niet uit Atheense ouders waren geboren, moesten meer belasting betalen en mochten geen grond bezitten.
•Slaven: Zij hadden helemaal geen rechten en waren het bezit van een ander. Sommigen werkten in het huishouden of als leraar, anderen deden loodzwaar en gevaarlijk werk in de mijnen.
De samenleving van Sparta
Sparta had een heel andere, strak georganiseerde samenleving. De Spartanen hadden de oorspronkelijke bevolking van hun gebied onderworpen. Deze rechteloze landbouwers werden heloten genoemd. Zij moesten de akkers bewerken voor de Spartaanse elite. Om de baas te blijven over deze grote groep, waren de Spartanen volledig gericht op het leger. Spartaanse jongens kregen vanaf hun zevende een extreem zware, harde opvoeding om opgeleid te worden tot beroepssoldaat. Alles wat met het leger te maken had, oftewel elk militair aspect, stond centraal. Meisjes moesten ook fysiek trainen om sterke kinderen te kunnen baren. Omdat de mannen tot hun dertigste in een kazerne woonden en zich alleen bezighielden met oorlog en bestuur, leidden de Spartaanse vrouwen de huishoudens en de landbouwbedrijven. Hierdoor hadden zij in Sparta meer vrijheid en rechten dan vrouwen in andere poleis.
Bestuur in de stadstaten
De Griekse stadstaten kenden in de loop der tijd verschillende manieren waarop een gebied bestuurd wordt, ook wel een bestuursvorm genoemd. De Grieken dachten veel na over politiek: alles wat te maken heeft met het bestuur van een stad of staat.
Van koningen tot tirannen
In de beginperiode waren de meeste poleis een monarchie, een staat waarin één koning of vorst de erfelijke macht heeft. Vanaf de 8e eeuw v.C. maakte de monarchie in veel stadstaten plaats voor een aristocratie. Dit is een regering door een kleine groep aanzienlijke en rijke mensen uit de belangrijkste families, die de meeste grond bezaten. Vaak ontstond er binnen de aristocratie een felle machtsstrijd. Soms greep één persoon met geweld de alleenheerschappij: een tiran. Hoewel we tegenwoordig bij een tiran denken aan een wrede onderdrukker (zoals Dionysios van Syracuse), waren er in de oudheid ook 'goede' tirannen. Zij kregen steun van het gewone volk door land te geven aan arme boeren en mooie gebouwen neer te zetten (zoals Pisistratus in Athene).
De Atheense democratie
In 507 v.C. voerde Kleisthenes in Athene een unieke nieuwe bestuursvorm in: de democratie, wat letterlijk 'regering door het volk' betekent. Dit was een directe democratie. Dit hield in dat besluiten over wetten, oorlog en vrede rechtstreeks werden genomen door de volksvergadering. Niet iedereen mocht meebeslissen. Alleen vrije mannen die uit Atheense ouders waren geboren, bezaten het burgerschap. Zo'n vrije mannelijke burger had het recht om te spreken en te stemmen in de volksvergadering. Vrouwen, slaven en vreemdelingen waren volledig uitgesloten van politieke invloed. Om besluiten te nemen moesten er minstens 6000 burgers aanwezig zijn. Goede sprekers (redenaars) zoals Perikles en Demosthenes konden de massa makkelijk overtuigen. Filosofen zoals Plato en Aristoteles vonden de democratie daarom gevaarlijk; zij vreesden dat de 'domme massa' zich zou laten opstoken door een demagoog, een volksleider die mensen misleidt met mooie maar onware verhalen.
Bescherming van de democratie: het schervengericht
Om te voorkomen dat een ambitieuze politicus opnieuw de macht zou grijpen als tiran, voerden de Atheners het schervengericht in. Eenmaal per jaar mochten de burgers op een potscherf de naam krassen van een politicus die zij een gevaar vonden voor de democratie. Als er minstens 6000 stemmen waren uitgebracht, werd de persoon met de meeste stemmen voor tien jaar uit de stad verbannen.
Geloof en wetenschap
Hoewel de Grieken in onafhankelijke stadstaten leefden, vormden ze een duidelijke culturele eenheid. Ze spraken dezelfde taal, gebruikten hetzelfde schrift en deelden dezelfde verhalen en godsdienst. Iedereen die geen Grieks sprak, werd door hen beschouwd als een vreemdeling en aangeduid als een barbaar.
De Griekse religie
De Griekse religie was polytheïstisch: men geloofde in veel verschillende goden. Om onbegrijpelijke natuurverschijnselen te verklaren, gebruikten de Grieken een mythe (meervoud: mythen), een godenverhaal. Zo dachten ze dat de zon opging omdat de zonnegod Helios in een stralende wagen langs de hemel reed. De belangrijkste goden, zoals oppergod Zeus, zijn vrouw Hera en de zeegod Poseidon, woonden op de berg Olympos. De Grieken geloofden dat de goden direct invloed hadden op hun dagelijks leven. Om hen gunstig te stemmen, bouwden ze tempels met daarin een godenbeeld. Voor de tempel brachten ze offers op een altaar (een offersteen). Ook vroegen ze de goden om advies bij een orakel, een heilige plaats waar een priesteres (zoals bij het orakel van Delphi) de wil van de goden kenbaar maakte.
Heldenverhalen en epossen
Naast mythen kenden alle Grieken de heldenverhalen over legendarische figuren. Een lang, op rijm geschreven verhaal over goden en helden noemen we een epos. De bekendste epossen zijn de Ilias (over de Trojaanse Oorlog) en de Odyssee (over de zwerftocht van Odysseus), beide in de 8e eeuw v.C. opgeschreven door Homeros. Een korter heldenverhaal over historische gebeurtenissen die in de loop der tijd zijn aangedikt, wordt een sage genoemd.
Het ontstaan van het wetenschappelijk denken
Vanaf de 6e eeuw v.C. begonnen sommige Grieken te twijfelen aan de mythen. Zij wilden de wereld om hen heen verklaren zonder de hulp van godenverhalen. Hierdoor ontstond het wetenschappelijk denken: het nauwkeurig onderzoeken, beschrijven en door logisch redeneren verklaren van de natuur en de wereld. Een pionier op dit gebied was Hippocrates, die zocht naar natuurlijke oorzaken van ziekten in plaats van een straf van de goden. Hij liet zijn leerlingen een medische eed afleggen waarin het belang van de patiënt centraal stond. Mensen die zich bezighielden met de wetenschap werden aangeduid met de term filosoof (letterlijk: liefhebber van de wijsheid). In de oudheid omvatte de filosofie alle takken van wetenschap. De bekendste filosofen waren:
•Socrates: Hield zich bezig met ethiek (het denken over goed en kwaad) door kritische vragen te stellen aan burgers.
•Plato: Leerling van Socrates, stichter van de Academie, die nadacht over de ideale bestuursvorm en de werkelijkheid beschreef via de bekende allegorie van de grot.
•Aristoteles: Leerling van Plato, die zich bezighield met biologie, dichtkunst en weerkunde, en de nadruk legde op het systematisch verzamelen van kennis.
Strijd en sport
De Griekse geschiedenis is getekend door oorlogen tegen buitenlandse vijanden, maar ook door bloedige onderlinge strijd.
De Perzische Oorlogen
Rond 550 v.C. stichtten de Perzen een wereldrijk. Toen de Griekse poleis in het huidige Turkije in opstand kwamen tegen de Perzische overheersing, kregen zij steun van Athene. Dit was voor de Perzische koning Darius een direct motief om Griekenland aan te vallen. In 490 v.C. werden de Perzen echter verrassend verslagen door de Atheners in de Slag bij Marathon. Tien jaar later probeerde zijn opvolger Xerxes het opnieuw. Athene, Sparta en andere poleis sloegen de handen ineen als een militair bondgenoot en versloegen de Perzische legers definitief te land en ter zee (Slag bij Salamis, 480 v.C.).

Grieken tegen Grieken
Na de overwinning op de Perzen breidde Athene haar macht uit. In haar buitenlandse politiek (de contacten met andere staten) maakte Athene steeds vaker gebruik van dwang om bondgenoten geld te laten betalen voor haar vloot. Sparta keek hier met groot wantrouwen naar. Dit leidde in 431 v.C. tot de Peloponnesische Oorlog tussen Athene en Sparta en hun respectievelijke bondgenoten. De diepere oorzaak was de strijd om de hegemonie over de Griekse wereld. Na dertig jaar strijd won Sparta, maar heel Griekenland was verzwakt. In 338 v.C. maakte het koninkrijk Macedonië gebruik van deze verdeeldheid en bracht de Griekse poleis onder haar heerschappij. De Macedonische koning Alexander de Grote veroverde vervolgens het Perzische Rijk. Hierdoor verspreidde de Griekse cultuur zich over het hele Midden-Oosten.
Sport en religie: de Olympische Spelen
Ondanks de vele oorlogen kwamen de Grieken om de vier jaar vreedzaam bijeen in Olympia voor de Olympische Spelen (vanaf 776 v.C.). Dit sportevenement was in de eerste plaats een religieus festival ter ere van de oppergod Zeus. Tijdens de Spelen werd er een wapenstilstand afgesproken, zodat atleten en toeschouwers veilig door oorlogsgebieden konden reizen. Alleen vrije Griekse mannen mochten deelnemen aan sporten zoals discuswerpen, hardlopen en worstelen. Zij sportten naakt en trainden in het gymnasium. Voor ongetrouwde vrouwen waren er aparte spelen ter ere van de godin Hera: de Heraia.
Griekse cultuur
In de 5e en 4e eeuw v.C. bereikte de Griekse kunst en architectuur een absoluut hoogtepunt. Deze periode wordt de klassieke periode genoemd. Iets is klassiek wanneer het zo goed is dat het later als voorbeeld wordt gebruikt.
De Griekse tempelbouw
Tempels waren symmetrisch gebouwd en dienden als huis voor het godenbeeld. De Grieken gebruikten drie soorten zuilen, elk herkenbaar aan het kapiteel (het bovenste deel van de zuil):
•Dorische zuil: Dikke, robuuste vorm met een heel eenvoudig kapiteel en zonder voetstuk.
•Ionische zuil: Slankere vorm met een voetstuk en een kapiteel versierd met sierlijke krullen.
•Korintische zuil: Slanke vorm met een uitgebreid voetstuk en een kapiteel dat rijkelijk versierd is met gekrulde bladeren.
Boven op de zuilen rustten de friezen: horizontale stroken met prachtig beeldhouwwerk.
Beeldhouwkunst en schilderkunst
De vroege Griekse beeldhouwkunst leek sterk op de stijve, vlakke Egyptische beelden. Vanaf de 5e eeuw v.C. veranderde dit volledig. Beeldhouwers bestudeerden de menselijke anatomie nauwkeurig. Beelden kregen een natuurlijke, dynamische houding die beweging uitdrukte (zoals de bekende discuswerper). De gezichten toonden emoties en de lichamen werden geïdealiseerd om volmaakte schoonheid uit te drukken. Hoewel schilderijen op hout en muren destijds als de hoogste kunstvorm werden gezien, is hiervan bijna alles verloren gegaan.

Het Griekse toneel
In Athene ontstond in de 6e eeuw v.C. het toneel, dat werd opgevoerd tijdens het festival voor de god Dionysos. Alle rollen werden door mannen gespeeld, die maskers droegen om verschillende personages uit te beelden. Er waren twee hoofdgenres:
•Tragedie: Een ernstig toneelstuk over goden en de relaties tussen mensen, dat vaak slecht afliep omdat de hoofdpersoon door het lot of zijn eigen overmoed werd gestraft (zoals Koning Oedipus van Sophocles).
•Komedie: Een vrolijk en grappig toneelstuk waarin de draak werd gestoken met de politiek, actuele modes en bekende burgers (zoals het Vrouwenparlement van Aristophanes).
De Romeinen namen later de Griekse kunst, architectuur en toneelvormen over, waardoor deze klassieke cultuur bewaard is gebleven en tot op de dag van vandaag invloed heeft op onze moderne samenleving.