Les over 1.1 De eerste mensen
Jagers-verzamelaars

De eerste mensen: hoe ontstonden zij volgens de wetenschap?
Leerdoelen
•Je kunt uitleggen waarom mensen scheppingsverhalen gingen vertellen.
•Je kunt uitleggen hoe wetenschappers tegen de vroegste geschiedenis aankijken en wat de evolutietheorie inhoudt.
•Je kunt beschrijven hoe verschillende mensensoorten ontstonden, veranderden en zich over de aarde verspreidden.
•Je kunt de uiterlijke en culturele verschillen en overeenkomsten tussen mensen over de hele wereld beschrijven en verklaren.
•Je kunt uitleggen hoe de eerste jagers en verzamelaars als nomaden leefden in de prehistorie.
Belangrijke jaartallen
•1831: Start van de vijfjarige wetenschappelijke zeereis van Charles Darwin rond de wereld.
•1859: Charles Darwin publiceert zijn baanbrekende boek Over het ontstaan van soorten.
•1974: Onderzoekers vinden in Ethiopië de resten van Lucy, een mensachtige van 3,2 miljoen jaar oud.
•300.000 jaar geleden: Het ontstaan van de moderne mens (homo sapiens) in Afrika.
•40.000 jaar geleden: Het uitsterven van de neanderthalers in Europa en Azië.
Scheppingsverhalen en de prehistorie
Al sinds het begin der tijden vragen mensen zich af hoe de wereld en de mensheid zijn ontstaan. In de prehistorie, de voorgeschiedenis waaruit we geen geschreven bronnen hebben, ontstonden de eerste verhalen hierover. Deze verhalen werden mondeling van generatie op generatie doorgegeven. Een scheppingsverhaal is een verhaal over het ontstaan van de wereld en al het leven op aarde. Ze gaven antwoord op existentiële vragen zoals: waar komen we vandaan en hoe is alles ontstaan? Hieronder staan twee bekende scheppingsverhalen beschreven:
•Het Maori-verhaal: Volgens dit volk uit Nieuw-Zeeland ontstonden de hemelgod Rangi en aardgodin Papa uit een klein licht. Omdat zij elkaar constant omhelsden, was er geen licht op aarde. Hun kind, Tumatauenga, duwde zijn ouders uiteindelijk uit elkaar zodat het licht de aarde kon bereiken en er planten en bomen konden groeien.
•Adam en Eva: Dit verhaal staat in de heilige boeken van joden, christenen en moslims. Volgens de Bijbel schiep God de wereld in zes dagen. Op de laatste dag schiep Hij de eerste mensen, Adam en Eva. Zij leefden in het paradijs, maar werden door de duivel (vermomd als slang) verleid om te eten van de verboden boom van de kennis van goed en kwaad. Als straf stuurde God hen weg uit het paradijs.
In de onderstaande tabel worden de kenmerken van verschillende scheppingsverhalen met elkaar vergeleken:
Kenmerk | Religie van de Maori's | Islam | Christendom |
|---|---|---|---|
In het begin was er nog niets. | Ja | Ja | Ja |
(Een) God zorgde voor het verschil tussen dag en nacht. | Ja | Ja | Ja |
Meerdere goden hebben samen het heelal en de aarde gemaakt. | Ja | Nee | Nee |
(Een) God zorgde ervoor dat er dieren op aarde kwamen. | Nee | Ja | Ja |
Wetenschap en de evolutietheorie
Waar gelovigen er lang van uitgingen dat de aarde zo'n 6000 jaar geleden door God is geschapen, toonde de moderne wetenschap in de 19e eeuw aan dat de aarde miljarden jaren oud is. Wetenschap staat voor actieve kennis en alle manieren om die kennis te vergroten. De Engelse bioloog Charles Darwin ontwikkelde de theorie van de evolutie: de langzame, geleidelijke verandering van plant- en diersoorten over een zeer lange tijd. Tijdens een vijfjarige zeereis rond de wereld, die begon in 1831, bestudeerde hij reuzenschildpadden op de Galapagoseilanden. Hij ontdekte dat schildpadden op eilanden met hoge vruchten lange nekken en hoge poten hadden, terwijl schildpadden op eilanden met lage vruchten korte nekken en poten hadden. Dit leidde tot de theorie van survival of the fittest (het overleven van de best aangepaste soort). Dieren die het best zijn aangepast aan hun natuurlijke omgeving hebben de grootste overlevingskans en geven hun gunstige eigenschappen door aan hun nakomelingen. In 1859 publiceerde Darwin zijn bevindingen in het beroemde boek Over het ontstaan van soorten.
De evolutie van de mens
Volgens de evolutietheorie delen mensen en mensapen dezelfde voorouders. Wetenschappelijke vondsten ondersteunen dit idee. In 1974 vonden onderzoekers in Ethiopië het skelet van Lucy, een vrouwelijke mensachtige die 3,2 miljoen jaar geleden leefde. Lucy kon in bomen klimmen, maar liep ook al rechtop. Onderzoek naar haar botbreuken wijst erop dat zij waarschijnlijk is overleden door een val uit een boom. Gedurende miljoenen jaren ontwikkelden aapachtige voorouders zich tot de moderne mens. Hierbij vonden belangrijke lichamelijke veranderingen plaats:
Eigenschappen van aapachtigen | Eigenschappen van mensen |
|---|---|
Kromme handen en voeten om in bomen te klimmen | Grote schedel (grotere herseninhoud) |
Brede onderkaak (de kaak werd later kleiner) | Grotendeels kale huid (verlies van vacht) |
Loopt soms rechtop | Loopt volledig rechtop |
Volledige lichaamshuid bedekt met een vacht | Gebruikt werktuigen (voorwerpen om iets mee te doen of te maken) |
Mensen gingen steeds complexere werktuigen gebruiken, zoals vuistbijlen, om taken efficiënter uit te voeren.
Verspreiding en het ontstaan van verschillen
Tot ongeveer 2 miljoen jaar geleden leefden mensachtigen uitsluitend in Afrika. Daarna trokken verschillende soorten naar het noorden, richting Azië en Europa. In het koudere klimaat van Europa en West-Azië ontwikkelde zich de neanderthaler. Deze mensensoort was fysiek sterker dan de moderne mens, had grotere hersenen en was uitstekend aangepast aan de kou. Toch stierven de neanderthalers ongeveer 40.000 jaar geleden uit. Ongeveer 300.000 jaar geleden ontstond in Afrika de homo sapiens, de moderne mens. Deze soort verspreidde zich over de hele wereld en bevolkte uiteindelijk ook Amerika en Australië. De homo sapiens bleef als enige mensensoort over. Hoewel we allemaal tot dezelfde soort behoren, zijn er uiterlijke en culturele verschillen ontstaan:
•Uiterlijke verschillen: Door aanpassing aan het klimaat veranderde het uiterlijk van mensen. De eerste moderne mensen hadden een donkere huid ter bescherming tegen de felle zon. In koudere, minder zonnige gebieden ontwikkelden mensen na verloop van tijd een lichtere huid.
•Culturele verschillen: Groepen mensen die verspreid over de wereld leefden zonder contact met elkaar, ontwikkelden hun eigen cultuur. Cultuur omvat het denken en doen van groepen mensen, zoals taal, godsdienst, eetgewoonten en feestdagen.
Het leven van de eerste jagers en verzamelaars
De vroegste moderne mensen leefden als jagers en verzamelaars. Hun overleving hing volledig af van hun middelen van bestaan: de methoden die zij gebruikten om aan voedsel te komen. De mannen hielden zich voornamelijk bezig met de jacht en visserij, terwijl de vrouwen noten, vruchten en eetbare planten verzamelden. Gejaagde dieren leverden niet alleen vlees op, maar ook huiden voor kleding en botten om werktuigen van te maken.

Omdat jagers en verzamelaars afhankelijk waren van de natuur, leefden zij als nomaden. Dit betekent dat zij geen vaste woonplaats hadden. Zodra het voedsel in een bepaald gebied opraakte, trokken zij in kleine groepen verder naar een nieuwe plek. Ze hadden weinig bezittingen, zodat ze snel en gemakkelijk konden reizen. Omdat deze mensen niet konden lezen of schrijven, hebben we geen geschreven documenten uit deze periode. Historici moeten hun kennis baseren op ongeschreven bronnen, zoals achtergelaten gereedschappen, botten en indrukwekkende grotschilderingen.
