Les over 1 Jagers & boeren
TV 1 – Jagers en boeren

Jagers en boeren: hoe leefden zij in de prehistorie?
Leerdoelen
•Je kunt de drie verschillende bestaanswijzen uit het eerste tijdvak benoemen en beschrijven.
•Je kunt uitleggen wat een nomadisch bestaan inhoudt en hoe jager-verzamelaars leefden.
•Je kunt de oorzaken en gevolgen van de landbouwrevolutie of neolithische revolutie verklaren.
•Je kunt de kenmerken van de eerste stedelijke beschavingen noemen en het begrip godkoning uitleggen.
Belangrijke jaartallen
•Tot ca. 800 v.C.: De periode van het eerste tijdvak (jagers en boeren).
•Ongeveer 10.000 jaar geleden: Het ontstaan van de landbouw en het begin van de neolithische revolutie.
•Ongeveer 5.000 jaar geleden: Het ontstaan van de eerste stedelijke beschavingen langs vruchtbare rivierdalen.
Jager-verzamelaars
Het eerste tijdvak omvat de gehele Prehistorie en het begin van de Oudheid. Dit tijdvak duurt enorm lang, zo'n 200.000 jaar, en beschrijft het oudste bestaan van de mensheid. De oudste groepen mensen leefden als jager-verzamelaars. Zij leefden direct van en in de natuur zonder deze wezenlijk te veranderen. Hun voedsel verzamelden zij uit de natuur (plantaardig voedsel) of verkregen zij door te jagen op wilde dieren. Omdat deze groepen afhankelijk waren van wat de natuur hen op een bepaalde plek bood, kenden zij meestal geen vaste woonplaats. Hun verblijfplaatsen wisselden vaak met de seizoenen, wat een nomadisch bestaan wordt genoemd. Deze periode van de jager-verzamelaars noemen we ook wel de Oude Steentijd. Bekende overblijfselen uit deze tijd zijn grotschilderingen, zoals de beroemde grotschilderingen in Lascaux (Frankrijk).
De eerste landbouwers
Ongeveer 10.000 jaar geleden vond er een enorme verandering plaats: mensen ontdekten dat ze zelf voedsel konden produceren. Ze gingen akkers aanleggen om planten in te zaaien en hielden dieren als vee. Deze overgang van jagen en verzamelen naar landbouw was zo ingrijpend dat we spreken van een landbouwrevolutie of neolithische revolutie. Het woord 'neolithisch' verwijst naar de Nieuwe Steentijd (afgeleid van het Griekse neos voor nieuw en lithos voor steen), die met de uitvinding van de landbouw begon. Dankzij de landbouw en veeteelt konden mensen zich definitief vestigen op vaste woonplaatsen. Dit leidde tot een sedentaire levenswijze, waarbij mensen in veel grotere groepen konden samenwonen dan voorheen. Door de aarde te bewerken en in cultuur te brengen, begonnen mensen actief hun natuurlijke omgeving te veranderen. De eerste landbouw ontstond in een gebied dat bekendstaat als de Vruchtbare Halve Maan, gelegen in het Midden-Oosten langs grote rivieren.

De eerste stedelijke beschavingen
Ongeveer 5.000 jaar geleden ontstonden de eerste stedelijke beschavingen (vaak aangeduid met de Engelse term civilization). Deze beschavingen bloeiden op in vruchtbare rivierdalen, waar de hoge landbouwopbrengsten ervoor zorgden dat niet iedereen meer op het land hoefde te werken. Hierdoor ontstond er ruimte voor specialisatie in andere beroepen en ambachten. Bekende voorbeelden zijn de beschavingen van het oude Egypte langs de Nijl en Mesopotamië langs de Eufraat en de Tigris, maar ook in India en China ontstaan dergelijke culturen. Een stedelijke beschaving kenmerkt zich door:
•Het wonen in ommuurde steden.
•De uitvinding van het schrift (de schrijfkunst), zoals het spijkerschrift in Mesopotamië, om administratie en transacties vast te leggen.
•Een ontwikkelde politieke organisatie onder leiding van priesters en godkoningen.
•Ontwikkelde vormen van kunst en architectuur.
Een godkoning (zoals de farao in het oude Egypte) is een koning die wordt beschouwd als de vertegenwoordiger van de goden op aarde, en die zelf ook als een god of halfgod wordt vereerd. Met de uitvinding van het schrift eindigde de prehistorie en begon de historie.
