Les over 2 Continuïteit en verandering

Les over 2 Continuïteit en verandering

Gemaakt door Ainstein
2 Continuïteit en verandering
Deze video bestaat uit
  • Historische vaardighedenHistorische vaardigheden
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:09
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Wat is het verschil tussen continuïteit en verandering?

Leerdoelen

Je kunt het verschil tussen continuïteit en verandering in historische processen uitleggen.

Je kunt materiële en immateriële sporen van het verleden herkennen en benoemen.

Je kunt het verschil tussen unieke en generieke betekenissen van historische concepten uitleggen.

Je kunt verklaren waarom de ordening van continuïteit en verandering een kwestie van interpretatie is.

Je kunt een stappenplan toepassen om examenvragen over continuïteit en verandering te beantwoorden.

Belangrijke jaartallen

13e eeuw: De oudste gedeelten van het Binnenhof in Den Haag worden gebouwd.

1575: Stichting van de Universiteit Leiden, de oudste universiteit van Nederland.

1917: De Russische Revolutie vindt plaats, waarbij de tsaren worden vervangen door communistische leiders.

1940-1945: De Tweede Wereldoorlog zorgt voor grote verwoestingen en veranderingen in Nederland.

Jaren zestig (20e eeuw): Een nieuwe generatie jongeren zet zich af tegen de traditionele waarden van hun ouders.

1991: De val van het communisme in Rusland, waarna communistische leiders worden vervangen door een gekozen president.

Continuïteit en verandering

In de geschiedschrijving gaat de meeste aandacht vaak uit naar grote verschuivingen. Toch blijft het grootste deel van het dagelijks leven gedurende lange tijd hetzelfde. Om historische processen goed te begrijpen, moet je onderscheid kunnen maken tussen wat hetzelfde blijft en wat er verandert.

Wat is continuïteit?

Onder continuïteit verstaan we historische ontwikkelingen of situaties die over een langere tijd hetzelfde blijven, zelfs wanneer er aan de oppervlakte veel lijkt te veranderen. Een voorbeeld hiervan is het bestuur in Rusland. Hoewel het land in de twintigste eeuw twee grote revoluties doormaakte (de Russische Revolutie in 1917 en de val van het communisme in 1991), bleef de politieke cultuur grotendeels hetzelfde. Zowel de tsaren, de communistische leiders als de huidige presidenten behielden bijna dictatoriale macht en stelden zich wantrouwend op tegenover het Westen.

Wat is verandering?

Historische verandering vindt plaats wanneer bestaande situaties of gewoonten worden doorbroken. Mensen veranderen niet snel uit zichzelf; ze houden vaak vast aan gewoonten of worden beïnvloed door constante geografische omstandigheden, zoals de ligging van Nederland aan zee. Toch zijn er drie belangrijke oorzaken waardoor verandering optreedt:

Oorlogen en revoluties: Grote conflicten, zoals de Tweede Wereldoorlog, dwingen een samenleving tot wederopbouw en vernieuwing.

Uitvindingen: Technologische ontwikkelingen, zoals de auto, de trein en het vliegtuig, veranderen de manier waarop we reizen en transport organiseren.

Generaties: Een nieuwe generatie kan zich bewust gaan afzetten tegen de normen en waarden van hun ouders en grootouders, zoals gebeurde in de jaren zestig van de twintigste eeuw.

Sporen van het verleden

Elke historische periode draagt sporen van het verleden in zich. Dit zijn overblijfselen uit eerdere tijden die nog steeds aanwezig of merkbaar zijn. We verdelen deze in twee categorieën:

Materiële sporen: Tastbare, fysieke overblijfselen zoals oude gebouwen en monumenten. Een bekend voorbeeld is het Binnenhof in Den Haag. De oudste delen stammen uit de dertiende eeuw. Al die eeuwen is hier de regering gevestigd geweest, wat een sterke continuïteit laat zien, hoewel het gebouw door voortdurend gebruik ook steeds is veranderd.

Immateriële sporen: Niet-tastbare overblijfselen zoals gewoonten, overtuigingen en religies. Het doorgeven van deze immateriële sporen van generatie op generatie noemen we een traditie. Een voorbeeld hiervan is de universiteit; dit is een middeleeuws idee dat tot op de dag van vandaag is blijven bestaan.

Taal en historische concepten

Een van de belangrijkste manieren waarop het verleden wordt doorgegeven is via taal. Woorden kunnen in de loop der eeuwen langzaam van vorm of betekenis veranderen. Daarom is het belangrijk om bij het bestuderen van geschiedenis rekening te houden met de betekenis van historische concepten. We maken hierbij onderscheid tussen:

Unieke betekenissen: Begrippen die slechts één keer in de geschiedenis voorkomen en gebonden zijn aan een specifieke tijd en plaats, zoals het begrip gladiator bij de Romeinen.

Generieke betekenissen: Begrippen die vaker voorkomen en een algemene betekenis hebben, zoals democratie, feodaal, imperialisme, centralisatie, burgerschap of oorlog. Deze woorden kunnen in een andere tijd of op een andere plaats een andere betekenis hebben. Zo verschilt de democratie in het oude Griekenland sterk van de moderne democratie.

Ordening als interpretatie

Of een historicus de nadruk legt op wat er veranderde of op wat er hetzelfde bleef, is een kwestie van interpretatie. Er is bij historische processen namelijk altijd sprake van een samenspel tussen continuïteit en verandering. Zo kun je de periode na de Tweede Wereldoorlog in Nederland interpreteren als het begin van een geheel nieuwe tijd (verandering), maar je kunt ook benadrukken dat veel aspecten van voor de oorlog simpelweg terugkeerden (continuïteit). Elke ordening van de geschiedenis is dus een persoonlijke weergave en interpretatie van de auteur.

Stappenplan voor examenvragen

In examens wordt vaak getoetst of je continuïteit en verandering kunt koppelen aan de kenmerkende aspecten van een tijdvak. Dit doe je aan de hand van het volgende stappenplan:

1.Stap 1: Bepaal met behulp van je oriëntatiekennis welke kenmerkende aspecten horen bij de periode of het tijdvak van de historische bron.

2.Stap 2: Selecteer de kenmerkende aspecten die direct aansluiten op de inhoud van de bron.

3.Stap 3: Leg per kenmerkend aspect uit of er in de bron sprake is van continuïteit of van verandering, en onderbouw dit met een concreet voorbeeld uit de bron.