Les over 1 Chronologie

Les over 1 Chronologie

Gemaakt door Ainstein
1 Chronologie
Deze video bestaat uit
  • Historische vaardighedenHistorische vaardigheden
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 03:20
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Hoe werkt chronologie en de christelijke jaartelling?

Leerdoelen

Je kunt het begrip chronologie en het belang van tijdrekenkunde voor de geschiedschrijving uitleggen.

Je kunt uitleggen dat chronologische indelingen interpretatief van aard zijn aan de hand van de westerse jaartelling en een ander voorbeeld.

Je kunt de vijf historische perioden met hun kenmerken en jaartallen benoemen.

Je kunt de samenhang tussen de vijf perioden en de tien tijdvakken beschrijven.

Je kunt stapsgewijs een chronologische volgordevraag oplossen.

Belangrijke jaartallen

ca. 3000 v.C.: Uitvinding van het schrift (begin van de Oudheid).

ca. 800 v.C.: Begin van de Grieken en Romeinen (tijdvak 2) en einde van de Jagers en boeren (tijdvak 1).

ca. 500 n.C.: Einde van het West-Romeinse Rijk (einde van de Oudheid, begin van de Middeleeuwen).

622 n.C.: De hidjra van Mohammed (begin van de islamitische jaartelling).

ca. 1000: Begin van de Late Middeleeuwen (tijdvak 4).

ca. 1400: Einde van tijdvak 4.

ca. 1500: Einde van de Middeleeuwen, begin van de Vroegmoderne Tijd.

ca. 1600: Begin van de Gouden Eeuw (tijdvak 6).

ca. 1700: Begin van de Verlichtingseeuw (tijdvak 7).

ca. 1800: Begin van de Moderne Tijd (democratische en industriële revolutie).

ca. 1900: Begin van de Wereldoorlogen en crisis (tijdvak 9).

ca. 1950: Begin van Televisie en computer (tijdvak 10).

2020: Dit christelijke jaar valt ongeveer samen met het islamitische jaar 1441.

Wat is chronologie?

Geschiedenis geeft een beeld van hoe de tijd verloopt. Daarom is chronologie (of tijdrekenkunde) heel belangrijk voor het vak geschiedenis. Bij geschiedenis plaatsen we gebeurtenissen precies in de tijd door ze te koppelen aan het jaar waarin ze zijn gebeurd. Om jaren van elkaar te kunnen onderscheiden, worden ze genummerd. Hierdoor ontstaan er jaartellingen.

Verschillende jaartellingen

Elke cultuur heeft in de geschiedenis een eigen moment gekozen om te beginnen met het tellen van de jaren. Dit betekent dat chronologische indelingen interpretatief van aard zijn: ze zijn gebaseerd op menselijke keuzes en zijn niet neutraal of objectief.

De Romeinen begonnen te tellen vanaf het jaar waarin de stad Rome werd gesticht.

Binnen de islamitische cultuur geldt het jaar van de hidjra (de tocht van de profeet Mohammed van Mekka naar Medina) als het eerste jaar van de islamitische jaartelling. Deze jaartelling is gebaseerd op kortere maanjaren (354 of 355 dagen), waardoor de maanden door de seizoenen verschuiven.

In de westerse cultuur gebruiken we de christelijke jaartelling. Het jaar waarin men denkt dat Jezus Christus is geboren, is het eerste jaar. Dit wordt ook wel aangeduid als Anno Domini (afgekort AD, Latijn voor 'in het jaar van Onze Heer') of na Christus (n.C.). De jaren daarvoor noemen we voor Christus (v.C.).

Omdat de christelijke jaartelling niet onpartijdig is, gebruiken sommige Engelstalige boeken neutralere termen: Common Era (CE, de gemeenschappelijke jaartelling) en Before the Common Era (BCE, voor de gemeenschappelijke jaartelling). De telling blijft hiermee echter hetzelfde.

Perioden en tijdvakken

De geschiedenis wordt traditioneel ingedeeld in perioden. De oudste indeling bestaat uit drie delen: de Oudheid (de tijd van de Grieken en Romeinen), de Middeleeuwen (gezien als een onbelangrijke 'tussentijd') en de Nieuwe Tijd (vanaf de Renaissance). Later is de Prehistorie (of voorgeschiedenis) hieraan voorafgaand toegevoegd voor de tijd waarin er nog geen geschreven bronnen waren. Rond 1800 vonden er door de democratische en industriële revoluties zulke grote veranderingen plaats dat de Nieuwe Tijd werd opgesplitst in de Vroegmoderne Tijd (tot ca. 1800) and de Moderne Tijd (vanaf ca. 1800).

De vijf perioden

Volgens het eindexamenprogramma moet je de volgende vijf perioden kennen:

Prehistorie: De tijd vóór de geschreven bronnen (tot ca. 3000 v.C.).

Oudheid: Vanaf de uitvinding van het schrift (ca. 3000 v.C.) tot het einde van het West-Romeinse Rijk (ca. 500 n.C.).

Middeleeuwen: Vanaf het einde van het West-Romeinse Rijk (ca. 500 n.C.) tot ongeveer 1500.

Vroegmoderne Tijd: Vanaf ongeveer 1500 tot ongeveer 1800.

Moderne Tijd: Vanaf ongeveer 1800 tot nu.

De tien tijdvakken

In het Nederlandse geschiedenisonderwijs gebruiken we daarnaast de tien tijdvakken met herkenbare namen en symbolen om gebeurtenissen gemakkelijker chronologisch te kunnen ordenen. In de onderstaande tabel zie je hoe de vijf perioden en de tien tijdvakken met elkaar samenhangen.

5 Perioden
10 Tijdvakken
Kenmerken / Jaartallen
PREHISTORIE
1 Jagers en boeren
tot ca. 800 v.C.
OUDHEID
2 Grieken en Romeinen
ca. 800 v.C. - ca. 500 n.C. (Klassieke beschavingen)
MIDDELEEUWEN
3 Monniken en ridders
ca. 500 - ca. 1000 (Hoge Middeleeuwen)
4 Steden en staten
ca. 1000 - ca. 1400 (Late Middeleeuwen)
VROEGMODERNE TIJD
6 Gouden Eeuw
ca. 1600 - ca. 1700 (17e eeuw)
7 Verlichtingseeuw
ca. 1700 - ca. 1800 (18e eeuw)
MODERNE TIJD
8
ca. 1800 - ca. 1900
9 Wereldoorlogen en crisis
ca. 1900 - ca. 1950 (eerste helft 20e eeuw)
10 Televisie en computer
ca. 1950 - nu (tweede helft 20e eeuw, 21e eeuw)

Hoe los je een volgordevraag op?

Op het geschiedenisexamen wordt chronologie bijna altijd getoetst met een volgordevraag. Je krijgt dan een lijst met historische gebeurtenissen die je in de juiste chronologische volgorde moet zetten. Dit kun je op twee manieren systematisch aanpakken.

Methode 1: Ordenen via kenmerkende aspecten en tijdvakken

Wanneer je geen exacte jaartallen weet, gebruik je de volgende stappen:

1.Negeer de specifieke context: Laat je niet afleiden door het specifieke onderwerp van de vraag (zoals de namen van kinderen of de geschiedenis van een specifieke stad).

2.Zoek de historische kern: Kijk welke algemene historische gebeurtenis of welk kenmerkend aspect er in de tekst verborgen zit (bijvoorbeeld de Duitse bezetting, de Gouden Eeuw of de Franse Revolutie).

3.Koppel aan een tijdvak: Bepaal bij welk tijdvak of kenmerkend aspect deze historische kern hoort.

4.Zet de tijdvakken in volgorde: Orden de gebeurtenissen door de bijbehorende tijdvakken chronologisch achter elkaar te zetten.

Methode 2: Ordenen met behulp van jaartallen en historische logica

Als de vraag specifiek over jaartallen gaat die je hebt moeten leren, gebruik je deze stappen:

1.Negeer de context: Richt je puur op de historische feiten en gebeurtenissen.

2.Herinner je de jaartallen: Schrijf bij elke gebeurtenis het jaartal op dat je nog weet.

3.Analyseer de algemene context: Voor de gebeurtenissen waarvan je het exacte jaartal niet weet, bepaal je in welke grotere historische periode of context ze thuishoren (bijvoorbeeld de Koude Oorlog of de Tweede Wereldoorlog).

4.Puzzel en schuif: Combineer de bekende jaartallen met je historische logica om de definitieve, juiste volgorde te bepalen.