Les over 4.4 Het einde van het West-Romeinse Rijk

Les over 4.4 Het einde van het West-Romeinse Rijk

Gemaakt door Ainstein
4.4 Het einde van het West-Romeinse Rijk
Deze video bestaat uit
  • De RomeinenDe Romeinen
  • Ontstaan van het christendomOntstaan van het christendom
Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 04:46
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Presenter poster
Onderwerpen in deze video
Meer informatie

Het einde van het West-Romeinse Rijk en de romanisering

Leerdoelen

Je kunt uitleggen hoe de Germanen leefden en hoe het contact met de Romeinen leidde tot romanisering.

Je kunt beschrijven hoe het christendom ontstond, waarom het aantrekkelijk was en hoe het de staatsgodsdienst werd.

Je kunt de oorzaken van het verval van het Romeinse Rijk in de derde eeuw benoemen.

Je kunt uitleggen welke maatregelen keizer Diocletianus nam om het Romeinse Rijk te redden.

Je kunt beschrijven hoe er een einde kwam aan het West-Romeinse Rijk.

Belangrijke jaartallen

Jaartal of periode
Gebeurtenis
Eerste eeuw
Jezus van Nazareth verspreidt zijn ideeën in Judea; Plinius de Oudere bezoekt de Germaanse gebieden.
Tweede eeuw
Bouw van het houten amfitheater bij Nijmegen.
150 - 250
Maken van het Romeinse altaar voor de Germaanse godin Nehalennia.
Derde eeuw
Het Romeinse Rijk raakt in verval door epidemieën, invallen van Germanen en burgeroorlogen.
284
Keizer Diocletianus komt aan de macht en voert ingrijpende hervormingen door.
312
Keizer Constantijn staat het christendom weer toe in het Romeinse Rijk.
350 - 400
Maken van de vergulde Romeinse helm met christelijk symbool, gevonden in Zuid-Limburg.
392
Keizer Theodosius maakt het christendom de staatsgodsdienst.
395
Het Romeinse Rijk valt definitief uiteen in een West- en Oost-Romeins Rijk.
476
De definitieve val van het West-Romeinse Rijk.

Germaanse boeren en de Romeinse grens

Toen de Romeinen in de Nederlandse streken aankwamen, woonden hier verschillende volken die samen de Germanen werden genoemd omdat ze dezelfde taal spraken. Ten noorden van de limes (de grens van het Romeinse Rijk) leefden bijvoorbeeld de Friezen. De Germanen waren eenvoudige boeren die in verspreid liggende houten boerderijen woonden. Zij deden aan ruilhandel, gebruikten geen geld en kenden het schrift nog niet. De komst van een Romeins castellum (legerkamp) bracht hier verandering in. De boeren leverden soldaten en goederen als belasting aan het Romeinse leger, wat zorgde voor de eerste intensieve contacten en het ontstaan van steden.

Romeinse luxe: villa's en badhuizen

In de buurt van de legerkampen lieten Romeinse leiders een villa rustica bouwen, een groot boerenbedrijf met een herenhuis, stallen en slavenverblijven. Ook introduceerden de Romeinen openbare badhuizen, de thermen. Dit waren belangrijke ontmoetingsplaatsen voor alle lagen van de bevolking, waaronder vrouwen en proletariërs. Naast badhuizen bouwden de Romeinen ook amfitheaters voor amusement, zoals bij Nijmegen.

Leren van de Romeinen en romanisering

Door het contact met de Romeinen veranderde de Germaanse cultuur ingrijpend. Dit proces van het overnemen van de Klassieke cultuur heet romanisering. De Germanen leerden betalen met munten en maakten kennis met nieuwe voorwerpen zoals spiegels, glazen en de draaischijf voor pottenbakkers. Ook leerden ze nieuwe landbouwtechnieken en gewassen verbouwen, zoals fruitbomen en kruiden. Daarnaast namen ze het Latijnse schrift over. Dagelijkse teksten schreven ze op schrijfplankjes met bijenwas, terwijl officiële documenten op duur papyrus werden geschreven en wetten in steen werden gehouwen. Germanen die in het Romeinse leger dienden, vormden later de nieuwe, geromaniseerde elite binnen hun eigen volk.

De opkomst en verspreiding van het christendom

In de eerste eeuw ontstond in Judea een nieuw geloof rondom Jezus, die door de Romeinen werd gekruisigd. Zijn volgelingen, de christenen, verspreidden zijn ideeën over het christendom door het hele rijk. Dit geloof was erg aantrekkelijk omdat het een beter leven na de dolf beloofde en stelde dat alle mensen gelijk zijn voor God. Lokale groepen stonden onder leiding van een bisschop. Omdat het christendom monotheïstisch is (het geloof in één God), weigerden christenen te offeren aan de Romeinse staatsgoden. Hierdoor kregen zij vaak de schuld van problemen in het rijk en werden ze vervolgd. Desondanks groeide het geloof snel. In 312 stond keizer Constantijn het geloof weer toe, en in 392 maakte keizer Theodosius het christendom de officiële staatsgodsdienst. De hoogste leider van de kerk werd de paus.

De verwoesting van de Joodse tempel in Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70
De verwoesting van de Joodse tempel in Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70

Crisis en verval in de derde eeuw

In de derde eeuw raakte het Romeinse Rijk in een diepe crisis. Door epidemieën stierf naar schatting 30% van de bevolking. De handel viel stil, de belastinginkomsten dalden en de bewaking van de limes verzwakte. Germaanse stammen maakten hier gebruik van door het rijk binnen te dringen en steden te plunderen. Tegelijkertijd was er een politieke crisis met voortdurende burgeroorlogen tussen rivaliserende legerleiders die striedden om de keizerstroon.

De hervormingen van Diocletianus en de splitsing

Keizer Diocletianus greep in 284 de macht en voerde ingrijpende hervormingen door. Hij verplichtte alle burgers om belasting te betalen en bond boeren aan hun grond om de voedselproductie en belastinginkomsten te garanderen. Ook maakte hij beroepen erfelijk. Om het enorme rijk beter te kunnen verdedigen, verdeelde hij het in het West-Romeinse Rijk en het Oost-Romeinse Rijk. Hoewel deze maatregelen het rijk tijdelijk stabiliseerden, viel het West-Romeinse Rijk in 476 na Christus definitief door aanhoudende invallen en interne verzwakking.