Les over 2.3 Een machtige staat
Ontstaan stedelijke gemeenschappen

Machtige staat: hoe ontstond het oude Egyptische rijk?
Leerdoelen
•Je kunt het verschil in bezit tussen jager-verzamelaars en de eerste boeren beschrijven.
•Je kunt verklaren hoe de eerste landbouwsamenlevingen in Nederland ontstonden en de bandkeramiek- en trechterbekercultuur benoemen.
•Je kunt uitleggen hoe sociale hiërarchie en de elite ontstonden in vroege samenlevingen.
•Je kunt de overgang van de steentijd naar de bronstijd en ijzertijd in Nederland beschrijven.
•Je kunt de functie van het heiligdom in Gelderland en de betekenis van de archeologische vondsten daaruit uitleggen.
•Je kunt de werking en gevolgen van irrigatielandbouw voor de samenleving in het Midden-Oosten noemen.
•Je kunt beschrijven hoe in Egypte een staat ontstond en welke taken de farao daarin had.
Belangrijke jaartallen
•Tussen 6000 v.Chr. en 5000 v.Chr.: De eerste jager-verzamelaars in Europa beginnen aan landbouw te doen.
•Rond 5000 v.Chr.: Het klimaat in het Midden-Oosten wordt warmer en droger, waardoor boeren naar rivieroevers trekken.
•Tussen 5000 v.Chr. en 3000 v.Chr.: De eerste boerendorpen ontstaan in Europa, terwijl in het Midden-Oosten dorpen uitgroeien tot steden.
•Rond 5300 v.Chr.: In Zuid-Limburg ontstaat de eerste Nederlandse landbouwsamenleving (de bandkeramiekcultuur).
•Omstreeks 4900 v.Chr.: De bandkeramiekers verlaten hun dorpen in Zuid-Limburg.
•Rond 3500 v.Chr.: De trechterbekercultuur vestigt zich in het noorden van Nederland en bouwt hunebedden.
•Rond 3100 v.Chr.: Zuid- en Noord-Egypte worden verenigd tot één staat onder leiding van de farao.
•Vanaf 2000 v.Chr.: Samenlevingen in onze streken worden hiërarchisch; begin van de bronstijd en de bouw van het Gelderse heiligdom.
•Rond 1250 v.Chr.: De kunstenaar Sennedjem beschildert zijn grafkelder tijdens de regering van farao Ramses II.
•Rond 1000 v.Chr.: De ijzertijd begint in Nederland.
De eerste boeren in Nederland
De overgang van jagen en verzamelen naar landbouw bracht grote veranderingen met zich mee. Een jager-verzamelaar moest al zijn bezittingen met zich meedragen tijdens het rondtrekken. Boeren daarentegen woonden op een vaste plek en konden veel meer spullen in hun stevige woningen bewaren. Tussen 6000 v.Chr. en 5000 v.Chr. leerden de eerste jager-verzamelaars in Europa de landbouw waarschijnlijk van boeren die vanuit het Midden-Oosten naar Europa waren getrokken. Rond 5300 v.Chr. ontstond in het vruchtbare Zuid-Limburg de eerste landbouwsamenleving van Nederland. De mensen kapten er stukken bos, legden akkers aan en bouwden grote boerderijen. Archeologen noemen deze cultuur de bandkeramiek. Een ander woord voor het aardewerk dat zij maakten is keramiek. Omstreeks 4900 v.Chr. verlieten de bandkeramiekers hun dorpen om onbekende redenen. Rond 3500 v.Chr. kwam er een nieuwe groep boeren in het noorden van Nederland: de trechterbekercultuur. Deze groep is vernoemd naar hun aardewerken potten die de vorm van een trechter hebben. Deze boeren zijn vooral bekend om de hunebedden die zij bouwden. De tijd van de trechterbekercultuur en de bandkeramiekers valt in de prehistorie, omdat deze mensen geen schrift gebruikten. Omdat de mensen hun werktuigen maakten van steen, heet dit deel van de prehistorie de steentijd.
Sociale verschillen en nieuwe materialen
De boeren die de grootste oogsten binnenhaalden, waren belangrijke inwoners in een dorp en werden een soort dorpshoofden. Zo kreeg de ene persoon meer macht en invloed dan de andere. Dit noemen we hiërarchie. De mensen die het hoogst staan in de hiërarchie vormen de elite. Vanaf 2000 v.Chr. werden de samenlevingen in onze streken hiërarchisch. In die periode maakten boeren hun wapens en gereedschap van brons. Koper en tin, waarvan brons wordt gemaakt, komen niet in de Nederlandse bodem voor en moesten van ver komen. Brons was daardoor zo kostbaar dat alleen de elite het zich kon veroorloven. De periode in de prehistorie waarin vooral brons werd gebruikt, noemen we de bronstijd. Na de bronstijd volgde in Nederland rond 1000 v.Chr. de ijzertijd. IJzer komt wel in de Nederlandse bodem voor, waardoor het makkelijker te verkrijgen was dan brons. IJzer is bovendien veel harder dan brons, wat erg handig was voor wapens; een bronzen zwaard wordt snel krom, een ijzeren zwaard niet.
Het heiligdom in Gelderland
Archeologen hebben in Gelderland sporen gevonden van een groot heiligdom uit de bronstijd. Rond 2000 v.Chr. legden de boeren hier een heuvel aan van twintig meter doorsnede. Om de heuvel stonden palen die waarschijnlijk een zonnekalender vormden. Op 21 juni en 21 december, de kortste en de langste dag van het jaar, scheen de zon precies tussen twee palen door om het begin van de zomer of winter aan te geven. In de omgeving van het heiligdom vonden archeologen honderden graven met kostbaarheden, waaronder een bronzen speerpunt en een glazen kraal uit het Midden-Oosten. Dit toont aan dat er tijdens de bronstijd contacten waren tussen boeren in Europa en ver daarbuiten, en dat de verschillen tussen mensen in de bronstijd groter waren dan in de steentijd.
De opkomst van een machtige staat in Egypte
In Europa ontstonden tussen 5000 v.Chr. en 3000 v.Chr. de eerste boerendorpen, maar in het Midden-Oosten groeiden dorpen in diezelfde tijd uit tot steden. Rond 5000 v.Chr. werd het klimaat in het Midden-Oosten warmer en droger, waardoor veel boeren verhuisden naar de oevers van grote rivieren zoals de Eufraat, de Tigris en de Nijl. In Egypte was de Nijl van levensbelang omdat het er nauwelijks regent. Het water in de rivier steeg ieder jaar vanaf april en overstroomde in juli de akkers. Bij deze overstroming liet de rivier een laag slib achter: vruchtbare modder. Wanneer het waterpeil na oktober daalde, zaaiden de boeren in deze vruchtbare aarde, waarna in het voorjaar de oogst volgde. Op plaatsen waar de overstromingen niet voor voldoende water zorgden, ontwikkelden de boeren irrigatielandbouw door kanalen te graven om het rivierwater naar de akkers te leiden. Dit succesvolle systeem had grote gevolgen:
•Samenwerking en hiërarchie: Voor het graven en onderhouden van kanalen moesten boeren samenwerken onder leiding van dorpshoofden, waardoor hiërarchie ontstond.
•Bevolkingsgroei: Door de grote oogsten was er voldoende te eten, waardoor de bevolking gezonder werd en snel groeide.
•Arbeidsverdeling: Niet iedereen hoefde meer boer te zijn. Er kwamen mensen die een ander beroep uitoefenden, zoals smid, pottenbakker of wever. Deze ambachtslieden woonden en werkten in de dorpen.
•Verstedelijking: Sommige dorpen groeiden uit tot steden, waardoor de landbouwsamenleving veranderde in een landbouw-stedelijke samenleving met ambachtslieden, handelaren en kunstenaars.
Een bekend voorbeeld van het leven in deze periode is de kunstenaar Sennedjem, die rond 1250 v.Chr. leefde onder farao Ramses II. Hij werkte in een speciale kunstenaarsstad aan de Nijl en beschilderde graftombes in de rotsen, evenals zijn eigen grafkelder waarin hij zichzelf en zijn vrouw Iyneferti afbeeldde als boeren op de vruchtbare akkers langs de Nijl.
Het bestuur onder de farao
De steden langs de Nijl werkten samen voor de handel en de irrigatielandbouw. Soms ontstonden er conflicten. Rond 3100 v.Chr. nam de leider van een groep steden de macht over in het zuiden van Egypte, en kort daarna ook in het noorden. Hierdoor werd Egypte een verenigde staat. De Egyptenaren noemden hun koning de farao. De farao bepaalde de wetten, was de belangrijkste militair en werd vereerd als een zoon van de goden. Als een farao overleed, volgde zijn zoon hem op; een opeenvolging van heersers uit dezelfde familie heet een dynastie. De farao werd bijgestaan door ministers, soldaten en ambtenaren. De belangrijkste ambtenaar was de vizier. Omdat Egypte geen geld kende, moesten boeren als belasting een deel van hun oogst afstaan, wat door de vizier werd georganiseerd.