Vouloir (présent, passé composé, imparfait, futur en conditionnel)

Vouloir (présent, passé composé, imparfait, futur en conditionnel)

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 14:40
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Aller
Gaan
Avoir
Hebben
Conditionnel
Voorwaardelijke wijs
Être
Zijn
Futur Proche
Nabije toekomst
Futur Simple
Toekomende tijd
Imparfait
Onvoltooid verleden tijd
Passé Composé
Voltooide tijd
Présent
Tegenwoordige tijd
Vouloir
Willen
Samenvatting

Het werkwoord ‘vouloir’

In deze samenvatting leer je over het Franse werkwoord vouloir, wat ‘willen’ betekent. We behandelen de vervoegingen in verschillende tijden: de présent, passé composé, imparfait, futur proche, futur simple, en conditionnel. Deze kennis helpt je om het werkwoord correct te gebruiken in verschillende contexten.

Leerdoelen

Ik ken de verschillende werkwoordstijden 

Ik weet hoe ik het werkwoord ‘vouloir’ moet vervoegen in de 

présent

passé composé 

imparfait

futur proche

futur simple

conditionnel

Ik kan oefenen met een paar simpele zinnetjes.

Présent (tegenwoordige tijd)

In de présent gebruik je vouloir om aan te geven wat je nu wilt. Hier is het rijtje:

Frans
Nederlands
je veux
ik wil
tu veux
jij wilt
il/elle/on veut
hij/zij/men wil
nous voulons
wij willen
vous voulez
jullie willen/u wilt
ils/elles veulent
zij willen

💡Tip: Let op de uitgangen: je en tu zijn hetzelfde, nous en vous hebben een unieke u-klank, en il/elle eindigt vaak op ent.

Voorbeeldzinnen

Je veux un café maintenant. (Ik wil nu een koffie.)

On veut aller au cinéma ce soir. (Men wil vanavond naar de bioscoop.)

Passé composé (voltooid tegenwoordige tijd)

De passé composé gebruik je voor afgeronde gebeurtenissen in het verleden. Het bestaat uit twee delen: het hulpwerkwoord avoir en het voltooid deelwoord voulu.

Frans
Nederlands
j'ai voulu
ik heb gewild
tu as voulu
jij hebt gewild
il/elle/on a voulu
hij/zij/men heeft gewild
nous avons voulu
wij hebben gewild
vous avez voulu
jullie hebben gewild/u heeft gewild
ils/elles ont voulu
zij hebben gewild

💡Tip: Gebruik altijd het rijtje van avoir als hulpwerkwoord.

Voorbeeldzinnen:

Elle a voulu un café hier. (Zij heeft gisteren een koffie gewild.)

Nous avons voulu aller au cinéma la semaine dernière. (Wij hebben vorige week naar de bioscoop willen gaan.)

Imparfait (onvoltooid verleden tijd)

De imparfait gebruik je voor beschrijvingen of gewoontes in het verleden.

Frans
Nederlands
je voulais
ik wilde
tu voulais
jij wilde
il/elle/on voulait
hij/zij/men wilde
nous voulions
wij wilden
vous vouliez
jullie wilden/u wilde
ils/elles voulaient
zij wilden

💡Tip: Gebruik de stam van de nous-vorm in de présent en voeg de imparfait-uitgangen toe.

Voorbeeldzin

Voulions-nous toujours un biscuit avec le thé? (Wilden wij altijd een koekje bij de thee?)

Futur proche (nabije toekomst)

De futur proche gebruik je voor acties die binnenkort gaan plaatsvinden.

Frans
Nederlands
je vais vouloir
ik ga willen
tu vas vouloir
jij gaat willen
il/elle/on va vouloir
hij/zij/men gaat willen
nous allons vouloir
wij gaan willen
vous allez vouloir
jullie gaan willen/u gaat willen
ils/elles vont vouloir
zij gaan willen

💡Tip: Gebruik het rijtje van aller en voeg het hele werkwoord vouloir toe.

Voorbeeldzin

Il va vouloir un café tout à l'heure. (Hij gaat straks een koffie willen.)

Futur simple (toekomende tijd)

De futur simple gebruik je voor acties die verder in de toekomst liggen.

Frans
Nederlands
je voudrai
ik zal willen
tu voudras
jij zult willen
il/elle/on voudra
hij/zij/men zal willen
nous voudrons
wij zullen willen
vous voudrez
jullie zullen willen/u zult willen
ils/elles voudront
zij zullen willen

💡Tip: Gebruik de stam voudr- en voeg de uitgangen van avoir toe.

Voorbeeldzin

Elle voudra étudier à l'université dans cinq ans. (Zij zal over vijf jaar aan de universiteit willen studeren.)

Conditionnel (voorwaardelijke wijs)

De conditionnel gebruik je voor beleefde verzoeken of hypothetische situaties.

Frans
Nederlands
je voudrais
ik zou willen
tu voudrais
jij zou willen
il/elle/on voudrait
hij/zij/men zou willen
nous voudrions
wij zouden willen
vous voudriez
jullie zouden willen/u zou willen
ils/elles voudraient
zij zouden willen
Overzicht van de vervoeging van 'vouloir' in de futur simple en conditionnel
Overzicht van de vervoeging van 'vouloir' in de futur simple en conditionnel

💡Tip: Gebruik de stam voudr- en voeg de imparfait-uitgangen toe.

Voorbeeldzinnen

Nous voudrions étudier à l'étranger si nous de kans hadden. (Wij zouden in het buitenland willen studeren als we de kans hadden.)

Ils voudraient visiter Paris un jour. (Zij zouden op een dag graag Parijs willen bezoeken.)

Veelgestelde vragen
Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo