Welke van de onderstaande is de juiste vervoeging van het werkwoord aimer in de imparfait.
Leerdoelen
•k weet wat regelmatige werkwoorden zijn.
•Ik ken de verschillende werkwoordstijden.
•Ik weet hoe ik regelmatige werkwoorden op -ER’ moet vervoegen in de
•présent
•passé composé
•imparfait
•futur proche
•futur simple
•conditionnel
•Ik kan oefenen met de verschillende tijden.
Persoonlijke voornaamwoorden en uitgangen
In het Frans worden werkwoorden vervoegd met behulp van persoonlijke voornaamwoorden. Hieronder vind je de Franse persoonlijke voornaamwoorden en hun bijbehorende uitgangen:
•Je (ik): -e
•Tu (jij): -es
•Il/Elle/On (hij/zij/men): -e
•Nous (wij): -ons
•Vous (jullie/u): -ez
•Ils/Elles (zij, meervoud): -ent
Werkwoordstijden
Présent (tegenwoordige tijd)
Om werkwoorden in de présent te vervoegen, wordt de ER van het werkwoord verwijderd en wordt de juiste uitgang toegevoegd. Hieronder enkele voorbeelden met het werkwoord parler (praten):
•Je parle (ik praat)
•Tu parles (jij praat)
•Il/Elle/On parle (hij/zij/men praat)

Passé composé (voltooid tegenwoordige tijd)
De passé composé gebruik je voor afgeronde handelingen in het verleden. Het wordt gevormd door de vervoeging van het hulpwerkwoord avoir en de stam van het hoofdwerkwoord met een é:
J'ai parlé (ik heb gepraat)
Tu as parlé (jij hebt gepraat)

Imparfait (onvoltooid verleden tijd)
De imparfait gebruik je voor beschrijvingen of gewoonten in het verleden. Hij wordt gevormd door het verwijderen van de -ons uit de nous-vorm van de présent en vervolgens het toevoegen van de imparfait-uitgangen: -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient.

Futur proche (nabije toekomst)
Bij de futur proche gebruik je het werkwoord aller om aan te geven dat iets in de nabije toekomst gaat gebeuren. Het werkwoord in zijn geheel blijft onveranderd:
Je vais parler (ik ga praten)
Nous allons danser (wij gaan dansen)

Futur simple (toekomende tijd)
De futur simple wordt gevormd door achter het hele werkwoord de uitgangen van het werkwoord avoir te plakken:
Je parlerai (ik zal praten)
Ils parleront (zij zullen praten)

Conditionnel (voorwaardelijke wijs)
De conditionnel gebruik je voor beleefdheid of hypothetische situaties. Het lijkt op de future simple, maar gebruikt de uitgangen van de imparfait:
Je parlerais (ik zou praten)
Nous parlerions (wij zouden praten)














