Partir en sortir (présent, passé composé, imparfait, futur en conditionnel)

Partir en sortir (présent, passé composé, imparfait, futur en conditionnel)

Verberg docent
Afspelen
Geluid uitzetten
Afspeelsnelheid
00:00 / 14:22
Ondertiteling/CC
Instellingen
Volledig scherm
Oefenen
Conditionnel
Een werkwoordstijd in het Frans gebruikt voor hypothetische situaties of beleefdheid
Future proche
Een toekomstige tijd in het Frans voor gebeurtenissen die binnenkort plaatsvinden
Future simple
Een toekomstige tijd in het Frans voor gebeurtenissen die verder in de toekomst liggen
Imparfait
Een verleden tijd in het Frans gebruikt voor onbepaalde tijdstippen of gewoontes
Partir
Vertrekken
Samenvatting

De werkwoorden ‘partir’ en ‘sortir’

In deze les behandelen we de Franse werkwoorden partir (vertrekken) en sortir (uitgaan). Beide werkwoorden worden op dezelfde manier vervoegd, met uitzondering van de stam. We zullen de vervoegingen in verschillende tijden bekijken: de présent, passé composé, imparfait, futur proche, futur simple, en de conditionnel.

Leerdoelen

Ik ken de verschillende werkwoordstijden 

Ik weet hoe ik het werkwoord ‘partir’ en ‘sortir’ moet vervoegen in de 

présent

passé composé 

imparfait

futur proche

futur simple

conditionnel

Ik kan oefenen met een paar simpele zinnetjes.

Présent (tegenwoordige tijd)

De présent wordt gebruikt om aan te geven wat er nu gebeurt. Hier is een overzicht van de vervoegingen:

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je pars
Ik vertrek
Je sors
Ik ga uit
Tu pars
Jij vertrekt
Tu sors
Jij gaat uit
Il/Elle part
Hij/Zij vertrekt
Il/Elle sort
Hij/Zij gaat uit
Nous partons
Wij vertrekken
Nous sortons
Wij gaan uit
Vous partez
Jullie vertrekken
Vous sortez
Jullie gaan uit
Ils/Elles partent
Zij vertrekken
Ils/Elles sortent
Zij gaan uit

💡Tip: De tu-vorm eindigt vaak op een 's' in het Frans. De nous-vorm eindigt bijna altijd op 'ons', vous op 'ez', en ils/elles op 'ent'.

Voorbeeldzinnen

Partir

Je pars maintenant pour l'école. (Ik vertrek nu naar school.)

Nous partons toujours à huit heures. (Wij vertrekken altijd om acht uur.)

Sortir

Je sors souvent le vendredi soir. (Ik ga vaak uit op vrijdagavond.)

Nous sortons toujours après le dîner. (Wij gaan altijd uit na het avondeten.)

Passé composé (voltooid tegenwoordige tijd)

De passé composé gebruik je voor afgeronde gebeurtenissen in het verleden.

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je suis parti(e)
Ik ben vertrokken
Je suis sorti(e)
Ik ben uitgegaan
Tu es parti(e)
Jij bent vertrokken
Tu es sorti(e)
Jij bent uitgegaan
Il/Elle/On est parti(e)
Hij/Zij/Men is vertrokken
Il/Elle/On est sorti(e)
Hij/Zij/Men is uitgegaan
Nous sommes parti(e)s
Wij zijn vertrokken
Nous sommes sorti(e)s
Wij zijn uitgegaan
Vous êtes parti(e)(s)
Jullie zijn vertrokken
Vous êtes sorti(e)(s)
Jullie zijn uitgegaan
Ils/Elles sont parti(e)s
Zij zijn vertrokken
Ils/Elles sont sorti(e)s
Zij zijn uitgegaan

💡Tip: Gebruik het hulpwerkwoord être en voeg een 'e' toe voor vrouwelijke vormen en een 's' voor meervoud.

Voorbeeldzinnen

Partir

Hier, je suis partie à dix heures. (Gisteren ben ik (v) om tien uur vertrokken.)

Ils sont partis après le déjeuner. (Zij zijn na de lunch vertrokken.)

Sortir

Hier, je suis sorti avec mes amis. (Gisteren ben ik uitgegaan met mijn vrienden.)

Ils sont sortis à minuit. (Zij zijn om middernacht uitgegaan.)

Imparfait (onvoltooid verleden tijd)

De imparfait gebruik je voor beschrijvingen of gewoontes in het verleden.

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je partais
Ik vertrok
Je sortais
Ik ging uit
Tu partais
Jij vertrok
Tu sortais
Jij ging uit
Il/Elle/On partait
Hij/Zij/Men vertrok
Il/Elle/On sortait
Hij/Zij/Men ging uit
Nous partions
Wij vertrokken
Nous sortions
Wij gingen uit
Vous partiez
Jullie vertrokken
Vous sortiez
Jullie gingen uit
Ils/Elles partaient
Zij vertrokken
Ils/Elles sortaient
Zij gingen uit
Stappenplan vervoeging 'partir' in de imparfait (hetzelfde geldt voor 'sortir')
Stappenplan vervoeging 'partir' in de imparfait (hetzelfde geldt voor 'sortir')

💡Tip: Begin met de nous-vorm in de présent, haal 'ons' eraf en voeg de juiste uitgang toe.

Voorbeeldzinnen

Partir

Quand j'étais enfant, je partais souvent en vacances avec mes parents. (Toen ik kind was, vertrok ik vaak op vakantie met mijn ouders.)

Elle partait chaque été pour la campagne. (Zij vertrok elke zomer naar het platteland.)

Sortir

Quand j'étais jeune, je sortais chaque week-end. (Toen ik jong was, ging ik elk weekend uit.)

Elle sortait souvent avec sa sœur. (Zij ging vaak uit met haar zus.)

Futur proche (nabije toekomst)

De futur proche gebruik je voor iets dat binnenkort gaat gebeuren.

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je vais partir
Ik ga vertrekken
Je vais sortir
Ik ga uitgaan
Tu vas partir
Jij gaat vertrekken
Tu vas sortir
Jij gaat uitgaan
Il/Elle/On va partir
Hij/Zij/Men gaat vertrekken
Il/Elle/On va sortir
Hij/Zij/Men gaat uitgaan
Nous allons partir
Wij gaan vertrekken
Nous allons sortir
Wij gaan uitgaan
Vous allez partir
Jullie gaan vertrekken
Vous allez sortir
Jullie gaan uitgaan
Ils/Elles vont partir
Zij gaan vertrekken
Ils/Elles vont sortir
Zij gaan uitgaan

💡Tip: Gebruik het rijtje van aller en voeg het hele werkwoord toe.

Voorbeeldzinnen

Partir

Je vais partir demain matin. (Ik ga morgenochtend vertrekken.)

Nous allons partir après le film. (Wij gaan vertrekken na de film.)

Sortir

Je vais sortir ce soir. (Ik ga vanavond uit.)

Nous allons sortir après le film. (Wij gaan uit na de film.)

Futur simple (toekomende tijd)

De futur simple gebruik je voor gebeurtenissen in de toekomst.

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je partirai
Ik zal vertrekken
Je sortirai
Ik zal uitgaan
Tu partiras
Jij zult vertrekken
Tu sortiras
Jij zult uitgaan
Il/Elle/On partira
Hij/Zij/Men zal vertrekken
Il/Elle/On sortira
Hij/Zij/Men zal uitgaan
Nous partirons
Wij zullen vertrekken
Nous sortirons
Wij zullen uitgaan
Vous partirez
Jullie zullen vertrekken
Vous sortirez
Jullie zullen uitgaan
Ils/Elles partiront
Zij zullen vertrekken
Ils/Elles sortiront
Zij zullen uitgaan

💡Tip: Gebruik het hele werkwoord als stam en voeg de uitgangen van avoir toe.

Voorbeeldzinnen

Partir

La semaine prochaine, je partirai pour Paris. (Volgende week zal ik naar Parijs vertrekken.)

Ils partiront dès que le bus arrivera. (Zij zullen vertrekken zodra de bus arriveert.)

Sortir

La semaine prochaine, je sortirai avec mes collègues. (Volgende week zal ik uitgaan met mijn collega's.)

Ils sortiront quand ils auront fini leurs devoirs. (Zij zullen uitgaan wanneer ze hun huiswerk af hebben.)

Conditionnel (voorwaardelijke wijs)

De conditionnel gebruik je voor hypothetische situaties.

Frans (Partir)
Nederlands (Partir)
Frans (Sortir)
Nederlands (Sortir)
Je partirais
Ik zou vertrekken
Je sortirais
Ik zou uitgaan
Tu partirais
Jij zou vertrekken
Tu sortirais
Jij zou uitgaan
Il/Elle/On partirait
Hij/Zij/Men zou vertrekken
Il/Elle/On sortirait
Hij/Zij/Men zou uitgaan
Nous partirions
Wij zouden vertrekken
Nous sortirions
Wij zouden uitgaan
Vous partiriez
Jullie zouden vertrekken
Vous sortiriez
Jullie zouden uitgaan
Ils/Elles partiraient
Zij zouden vertrekken
Ils/Elles sortiraient
Zij zouden uitgaan

💡Tip: Gebruik dezelfde stam als de futur simple en voeg de uitgangen van de imparfait toe.

Voorbeeldzinnen

Partir

Si j'avais le temps, je sortirais plus souvent. (Als ik de tijd had, zou ik vaker uitgaan.)

Nous sortirions si le temps était meilleur. (Wij zouden uitgaan als het weer beter was.)

Sortir

Si j'avais de l'argent, je partirais en voyage. (Als ik geld had, zou ik op reis vertrekken.)

Nous partirions si nous avions une voiture. (Wij zouden vertrekken als we een auto hadden.)

Bekijk ook
4,8

Voeg je bij ruim 80.000 leerlingen die al leren met JoJoschool

Helemaal compleet!

Alle informatie die ik voor mijn toetsen moet kennen is aanwezig, de powerpoints zijn duidelijk en makkelijk te begrijpen. De opdrachten passen altijd goed bij het onderwerp en ondersteunen goed bij het leren. JoJoschool is erg overzichtelijk voor mij!

Heel overzichtelijk

Ik gebruik het nu voor Biologie, het werkt ontzettend goed, het is heel overzichtelijk en alles wordt behandeld. Hoog rendement haal ik met leren, geen langdradige verhalen, maar ook niet te moeilijk. Het houdt ook automatisch bij hoe ver je bent.

Beter dan YouTube

Het is voor mij een erg goede manier om de leerstof voor toetsen te begrijpen. De video’s zijn een stuk duidelijker en beter dan de meeste video’s op YouTube.

Waarom kies je voor JoJoschool?

Hoger scoren

86% van onze leerlingen zegt hoger te scoren.

Betaalbaar en beter

Een alternatief op dure bijles, altijd uitgelegd door bevoegde docenten.

Sneller begrijpen

83% van onze leerlingen zegt onderwerpen sneller te begrijpen.

Ontdek JoJoschool 🎁

Met ons overzichtelijke platform vol met lessen en handige tools heb je alles voor school binnen handbereik. Maak je account aan en ervaar het zelf!

“Door JoJoschool kan ik makkelijker en beter leren” - Anne, 3 havo