Vul de lege velden in met de juiste vorm van l'imparfait
Leerdoelen
•Ik kan uitleggen wat de imparfait voor werkwoordsvorm is.
•Ik kan de imparfait in de juiste context gebruiken.
•Ik ken de uitgangen van de imparfait en kan deze juist toepassen.
Wanneer gebruik je de imparfait?
Je gebruikt de imparfait om continue acties of gebeurtenissen in het verleden te beschrijven die geen duidelijk begin- of eindpunt hebben, om een situatie te beschrijven of om regelmatige gewoontes uit te drukken. Stel je bijvoorbeeld voor dat je een sprookje leest. "Er was eens..." Dat is een typisch gebruik van de imparfait. Andere voorbeelden zijn: "Hij ging altijd op de fiets", of "Elke zaterdag aten wij in het restaurant".


Hoe maak je de imparfait?
Je maakt de imparfait door naar de 'nous'-vorm (wij) van het werkwoord in de tegenwoordige tijd (présent) te kijken. Haal vervolgens- 'ons' eraf en voeg de juiste uitgang toe. De uitgangen in de imparfait zijn -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient voor respectievelijk de persoonlijk voornaamwoorden je, tu, il/elle/on, nous, vous, ils/elles. Bijvoorbeeld: het werkwoord parler (praten) in de imparfait wordt je parlais, tu parlais, il/elle/on parlait, nous parlions, vous parliez, ils/elles parlaient.

Uitzonderingen in de imparfait
Er is één belangrijke uitzondering in de imparfait, en dat is het werkwoord 'être' (zijn). In plaats van de nous-vorm van de présent (nous sommes) te gebruiken, gebruiken we de stam 'ét-' en dan de gebruikelijke uitgangen van de imparfait. Dus het wordt j'étais, tu étais, il/elle/on était, nous étions, vous étiez, ils/elles étaient.

Als je moeite hebt om de vorm van 'être' in de imparfait te onthouden, denk dan aan het liedje "Formidable" van Stromae, waarin hij dit werkwoord in de verleden tijd gebruikt!













