Vul de goede vervoeging van de plus-que-parfait van de volgende Franse werkwoorden in, in de ik-vorm (mannelijk):
De plus-que-parfait in de Franse taal
Leerdoelen
•Ik begrijp wat de plus-que-parfait is.
•Ik weet hoe ik de plus-que-parfait in het Frans moet gebruiken.
•Ik kan zelf oefenen met het vormen van de plus-que-parfait.
•Ik kan aan de context zien welke gebeurtenis als eerst heeft plaatsgevonden en daarmee oefenen.
Definitie van de plus-que-parfait
De plus-que-parfait, oftewel de voltooid verleden tijd, komt vaak voor in de Franse taal. Het wordt gebruikt om aan te geven welke van de gebeurtenissen in het verleden eerder heeft plaatsgevonden. Wanneer er twee gebeurtenissen in het verleden in één zin worden beschreven, wordt de plus-que-parfait gebruikt voor de actie die als eerste plaatsvond.
Denk hierbij aan de zin "Marianne heeft aan haar ouders verteld wat zij had gegeten". In deze zin is "had gegeten" de Plus-que-parfait.

Hoe vorm je de plus-que-parfait?
Voor het vormen van de plus-que-parfait is het belangrijk eerst de vervoegingen van de imparfait en de passé composé goed onder de knie te hebben. Herhaal deze anders eerst!
Hierbij zijn de imparfait-vormen van "avoir" en "être" erg belangrijk om te weten:

De Plus-que-parfait bestaat uit drie delen:
1.Het persoonlijk voornaamwoord (je, tu, il/elle/on, nous, vous, ils/elles)
2.De imparfait van het hulpwerkwoord "avoir" of "être" (de imperfectum vorm).
3.Het voltooid deelwoord van het werkwoord (zoals gebruikt in de passé composé).

Hoe gebruik je de plus-que-parfait?
Zoals eerder genoemd, wordt de plus-que-parfait gebruikt om aan te geven welke gebeurtenis eerder plaatsvond in het verleden. Hierbij helpt het enorm om een tijdslijn te maken voor jezelf om de volgorde van de gebeurtenissen duidelijk te maken.
Enkele voorbeelden van zinnen in de plus-que-parfait zijn:
•"Voordat Lisa naar school ging, had zij geslapen"
-> "Avant que Lisa est allée à l'école, elle avait dormi."
•"Paul had overgegeven nadat hij vis had gegeten."
-> "Paul a vomiet après qu'il avait mangé du poisson."
•"Pierre was geblesseerd geraakt nadat hij had gevoetbald."
-> "Pierre était blessé après qu'il avait joué au football."

Het noteren van de onderdelen van de plus-que-parfait (het persoonlijk voornaamwoord, de imparfait van "avoir" of "être" en het voltooid deelwoord van het werkwoord) helpt enorm bij het vormen van deze werkwoordsvorm. Dit maakt het ook makkelijker om de volgorde van gebeurtenissen in het verleden te bepalen.













