Regelmatige werkwoorden op -ER in de présent
Regelmatige werkwoorden zijn werkwoorden die volgens vaste regels worden vervoegd. In het Frans zijn deze werkwoorden opgedeeld in drie groepen: werkwoorden op ER, IR, en RE. In deze les gaan we ons richten op de werkwoorden die eindigen op ER. Deze vorm komt het meeste voor en is daarom erg handig om te beheersen.
Leerdoelen
•Ik weet wat regelmatige werkwoorden zijn.
•Ik weet wat “de présent” is.
•Ik ken de persoonlijke voornaamwoorden (je/tu/il/elle/on/nous/vous/ils/elles).
•Ik weet hoe ik bij de stam moet komen van werkwoorden op –ER.
•Ik ken de uitgangen van de werkwoorden op –ER.
•Het lukt mij om een paar standaardwerkwoorden op –ER te vervoegen.
Persoonlijke voornaamwoorden
Voordat we de werkwoorden kunnen vervoegen, is het belangrijk om de persoonlijke voornaamwoorden te kennen. Hier is het rijtje:
Persoonlijk voornaamwoord | Vertaling |
|---|---|
Je | Ik |
Tu | Jij |
Il/Elle/On | Hij/Zij/Men |
Nous | Wij |
Vous | Jullie/U |
Ils/Elles | Zij |
De stam van het werkwoord
Om de stam van een werkwoord op "-ER" te vinden, haal je simpelweg "-ER" van het hele werkwoord af. Enkele voorbeelden van werkwoorden op "-ER" zijn:
Hele werkwoord (vertaling) | Stam |
|---|---|
Marcher (lopen) | March |
Danser (danser) | Dans |
Parler (praten) | Parl |
Habiter (wonen) | Habit |
Uitgangen voor werkwoorden op '-ER'
Om werkwoorden in de présent te vervoegen, wordt dus de 'ER; van het werkwoord verwijderd en wordt de juiste uitgang toegevoegd. Hieronder enkele voorbeelden met het werkwoord parler (praten):
Je | -e |
Tu | -es |
Il/Elle/On | -e |
Nous | -ons |
Vous | -ez |
Ils/Elles | -ent |
Voorbeeld: Het werkwoord "parler"
Laten we het werkwoord parler (praten) vervoegen:
Je parle | Ik praat |
Tu parles | Jij praat |
Il/Elle/On parle | Hij/zij/men praat |
Nous parlons | Wij praten |
Vous parlez | Jullie praten/ U praat |
Ils/Elles parlent | Zij praten |





