Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de eerste alinea.
1.Simone Veil was een politica in een tijd waarin het parlement vooral uit mannen bestond.
2.Simone Veil heeft in een concentratiekamp gezeten.
3.Het pleidooi van Simone Veil voor de legalisering van abortus dwong bewondering af in het Franse parlement.
4.De toespraak van Simone Veil op 26 november 1974 heeft haar een legendarisch imago bezorgd.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.