Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de alinea's 3, 4 en 5.
1.Julianne komt het podium op via een openstaande deur.
2.Nadat Julianne de instrumenten heeft gefotografeerd, gaat zij op de kruk van haar idool zitten.
3.Terwijl Julianne net doet alsof ze aan het drummen is, verschijnt er een schaduw achter haar.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
