Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de regels 21-44.
1.Dimitri wilde eigenlijk heel graag een andere studie doen.
2.Dimitri heeft de raad van zijn vader genegeerd.
3.Dimitri voelde zich anders dan zijn medestudenten.
4.Dimitri geeft toe vaak gespijbeld te hebben tijdens colleges.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
