Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1.De politie treft in de kledingkast van Odile een verdacht pakketje aan.
2.De politie constateert dat de deur naar de diensttrap van het slot is.
3.De politie is er niet van overtuigd dat er echt sprake is van een indringster.
4.Odile noemt haar leeftijd en vertelt over haar werk om de politie ervan te overtuigen dat zij geestelijk in orde is.
5.De politie suggereert dat de man van Odile zijn huissleutels zou kunnen hebben uitgeleend aan de vermeende indringster.
6.Odile laat de politie weten dat zij de indringster al vaker heeft gezien.
7.Odile volgt het advies van de politie op om de sloten van haar appartement te laten vervangen.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.



