Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1. Degene die de boon aantreft in het stukje driekoningentaart mag een goudkleurige kartonnen kroon dragen.
2. De bonen in de vorm van allerlei figuurtjes zijn tegenwoordig een gewild verzamelobject.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
