Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1.Michel Tournier moest zijn moed bijeenrapen voordat hij een bezoek bracht aan de gevangenis van Cléricourt.
2.Een eerder bezoek aan een gevangenis had Michel Tournier een naar gevoel bezorgd.
3.Op het moment dat Michel Tournier de gevangenis betreedt, gaat er een metaaldetector af.
4.Een van de gevangenen vraagt wat het nut van een schrijver is.
5.Volgens Michel Tournier is het de taak van de schrijver om de gevestigde orde ter discussie te stellen.
6.Michel Tournier is er trots op dat hij al meerdere onderscheidingen voor zijn boeken heeft mogen ontvangen.
7.Enkele maanden na zijn bezoek aan de gevangenis ontving Michel Tournier een brief waarin de gedetineerden hem bedanken voor zijn morele steun.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
