Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tweede alinea
1.Velibor Čolić komt op een gegeven moment tot het besef dat hij nooit meer zal kunnen terugkeren naar het Joegoslavië van zijn jeugd.
2.Velibor Čolić heeft zijn hele leven al de ambitie gehad om schrijver te worden.
3.Behalve de Franse taal heeft Velibor Čolić zich ook het Chinees eigen gemaakt.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
