Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de laatste alinea.
1.John Hamon bekritiseert culturele instellingen, en met name musea, omdat zij tekortschieten in de erkenning en ondersteuning van hedendaagse kunstenaars.
2.John Hamon organiseert zijn eigen exposities omdat de grote musea hem geen mogelijkheid bieden om zijn werk te exposeren.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
