Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1.Antoine is al dagenlang met zijn hoofd bij het sollicitatiegesprek.
2.Mathilde wacht sollicitanten doorgaans op bij de lift.
3.Mathilde is erg verbaasd dat Antoine met zo'n cv solliciteert als suppoost.
4.Antoine blijkt zonder duidelijke reden ontslagen te zijn van de ENSBA.
5.Mathilde denkt dat Antoine een verkeerd beeld heeft van het werk van een suppoost.
6.Antoine blijkt veel te weten over Modigliani, de schilder aan wie een nieuwe tentoonstelling in het museum wordt gewijd.
7.Op het eind van het gesprek is alle twijfel bij Mathilde om Antoine aan te stellen als suppoost weggenomen.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
