Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de derde alinea.
1.Rond 500 voor Christus hechtte men meer waarde aan vakken als rekenkunde, meetkunde en sterrenkunde dan aan het vak muziek.
2.Pythagoras constateert dat op het aambeeld slaan met een lichte hamer een andere toon geeft dan met een zware hamer.
3.Met behulp van een snaarinstrument dat hij zelf bouwde is Pythagoras tot de ontdekking van frequenties gekomen.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
