Geef van elke eigenschap aan of die overeenkomt met de vierde alinea.
1.Orchideeën krijgen een bloem die qua vorm het vrouwtje van het insect dat ze willen lokken nabootst.
2.Orchideeën produceren een stof die het signaal afgeeft van een vrouwelijk insect dat bereid is te paren.
3.Orchideeën kunnen via twee methodes hun stuifmeel afgeven aan mannelijke insecten.
4.Orchideeën die zijn bevrucht veranderen van kleur om te kunnen pronken.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.



