Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1.Lodewijk XIV heeft het kasteel van Versailles laten bouwen om er te wonen.
2.Het kasteel van Versailles is tegenwoordig als museum te bezoeken.
3.Een wandeling maken door de tuinen van het kasteel van Versailles is erg indrukwekkend.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
