Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met alinea 2.
1.Tijdens de wedstrijden gebeuren er veel ongelukken.
2.Er is een minimumleeftijd om te mogen deelnemen.
3.De deelnemers moeten zo veel mogelijk rondjes over het parcours rijden.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
