Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met alinea 2.
1.De vader van Dadju was zanger in een bekende Congolese band.
2.De moeder van Dadju zong traditionele Afrikaanse liedjes voor hem toen hij klein was.
3.Dadju is bekend geworden door het lied dat hij over zijn familie schreef.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
