Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de laatste alinea.
1.Aya wist al op jonge leeftijd dat ze zangeres wilde worden.
2.Aya droomde van een carrière als topzwemster.
3.Aya heeft haar modeopleiding met succes afgerond.
4.Aya werd door collega's aangemoedigd om zangeres te worden.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
