Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de tweede alinea.
1.De directeur van de dierentuin heeft samen met Chanée een boek geschreven over gibbons.
2.Chanée wil in de toekomst nog meer boeken gaan schrijven over gibbons.
3.Chanée hoopt met haar boek de leefomstandigheden van gibbons te kunnen verbeteren.
Schrijf 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
