Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de laatste alinea.
1.Lucie heeft buiten geslapen, omdat het in de tent te warm was.
2.In de Sahara was er onvoldoende water om je te kunnen wassen.
3.'s Avonds werd er een kampvuur gemaakt om eten te koken.
Schrijf 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
