Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de tekst.
1.Frankrijk importeert steeds meer slakken uit Japan.
2.Het slijm van slakken wordt gebruikt in schoonheidsproducten.
3.In Japan is het eten van slakken enorm populair.
Schrijf 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
