Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de tweede alinea.
1.Aan het hof van Lodewijk XIV golden gedragsregels.
2.Hovelingen kwamen graag in contact met de koning.
3.Wie aan het hof kwam wonen, kreeg van de koning luxe woonruimte.
Schrijf 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
