Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tweede alinea.
1.Van binnen lijkt de woonboot op een gewoon huis.
2.De slaapkamer van Maïa was vroeger de hut van de kapitein.
3.Vrienden van Maïa vinden de entree naar de woonboot eng.
Schrijf 'wel' of 'niet' achter elk nummer in de uitwerkbijlage.
