Combineer de volgende uitspraken met de personen uit de tekst.
Let op: er blijft één persoon over.
1.Mijn voornaam wordt zowel aan jongens als aan meisjes gegeven.
2.Ik had liever een andere voornaam willen hebben.
3.Op de basisschool hadden meerdere kinderen dezelfde voornaam als ik.
Schrijf de namen achter de nummers in de uitwerkbijlage.
