Geef van elke bewering aan of deze wel of niet overeenkomt met de tekst boven het plaatje en de eerste alinea.
1.Het Icehotel ligt in het centrum van Jukkasjärvi.
2.Het Icehotel ligt op een plek met een fantastisch uitzicht.
Schrijf 'wel' of 'niet' in de uitwerkbijlage.
