Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met alinea 2.
1.Er gaan verschillende verhalen rond over de oorsprong van stokbrood.
2.Napoleon en zijn soldaten lustten alleen maar stokbrood.
3.Stokbrood maken ging sneller dan rond brood maken.
Omcirkel 'wel' of 'niet' achter elk nummer in de uitwerkbijlage.
