Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tweede alinea.
1.Lokale bedrijven hebben de leerlingen geholpen met het ontwerp van hun kledingcollectie.
2.De kledingcollectie is getoond tijdens modeshows op verschillende locaties.
3.Marie had liever een andere taak gehad bij het maken van de kledingcollectie.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
