Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de derde alinea.
1.Het doel van de deelnemers aan de kampioenschappen is om elkaar te overtreffen.
2.Elke deelnemer aan de kampioenschappen krijgt 5 minuten om tien opdrachten uit te voeren.
3.Sébastien ziet overeenkomsten tussen basketbal en de geheugen kampioenschappen.
Noteer 'wel' of 'niet' achter elk nummer op het antwoordblad.
