Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de derde alinea.
1.Het is Tida na vele pogingen gelukt de juiste techniek te vinden om met koffie te schilderen.
2.Tida wil in de toekomst ook gaan schilderen met wijn en thee.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.



