Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de tekst.
1.In de tuinen van Les Invalides in Parijs heerst een konijnenplaag.
2.De bezoekers van het musée de l'Armée vinden het leuk om naar de konijnen te kijken.
3.De konijnen hebben schade veroorzaakt aan het graf van Napoleon.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.



