Geef van elke bewering aan of die overeenkomt met de laatste alinea.
1.Jean-Frédéric Krieger heeft in Duitsland friet leren bakken.
2.Fritz is de naam van het frietkraam dat Krieger in 1844 heeft geopend.
3.Friet is in het noorden van Frankrijk minder populair dan in België.
Typ het nummer en zet daarachter ‘wel’ of ‘niet’.
